Vrijspraak voor Duitse schippers binnenvaarttanker LRG Gas 86

799

MIDDELBURG – De rechter in Middelburg heeft de twee Duitse schippers van de binnenvaarttanker LRG Gas 86 vrijgesproken die in augustus vorig jaar op het Kanaal door Zuid-Beveland ter hoogte van Wemeldinge het motorjacht Carnat hebben overvaren. Daarbij vielen twee doden, een man (61) en een vrouw (63) uit Hulst.

OM eist voorwaardelijke straf en boete dodelijke aanvaring tankerHet Openbaar Ministerie (OM) eiste tegen de twee schippers een geldboete van 3.500 euro en een voorwaardelijke celstraf van een maand. De officier van justitie concludeert  dat verdachte hoogst onachtzaam en hoogst onoplettend is geweest door niet te reageren op de informatie die via de marifoon werd verstrekt en waaruit hem had kunnen blijken dat voor de LRG Gas 86 in het kanaal een motorjacht voer. Bovendien heeft hij geen goede uitkijk vanuit de stuurhut gehouden. Gelet op de omvang van de dode hoek (circa 300 meter) had verdachte op het moment van overname van het roer het motorjacht volledig kunnen zien.

Roeroverdracht

Verdachte heeft verklaard dat hij kort voor de Postbrug het roer heeft overgenomen van collega. Dit wordt bevestigd door laatstgenoemde. Uit de verklaringen van verdachten komt naar voren dat zij de vier jaar voorafgaand aan het ongeval samen hebben gevaren. Zij waren dusdanig op elkaar ingespeeld dat verdachte er op vertrouwde dat, indien er zich bij het overdragen van het roer scheepvaart voor of in de directe nabijheid van de tanker bevond, zijn collega dit hem zou hebben verteld. Nu deze geen informatie heeft doorgegeven bij het overdragen van het roer, mocht verdachte er naar het oordeel van de rechtbank op vertrouwen dat er geen bijzonderheden waren. Verdachte hoefde daar, gelet op de tussen hen al jaren bestaande praktijk van overdracht, niet specifiek naar te vragen.

Niet opmerken Carnat

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte de Carnat op enig moment heeft gezien. Voor de suggestie van de officier van justitie in zijn requisitoir dat de Carnat wel is opgemerkt maar dat men er op de tanker van uit ging dat het motorjacht wel zou uitwijken, heeft de rechtbank geen aanwijzingen gevonden.

De afstand tussen de tanker en de Carnat op het moment dat verdachte het roer overnam kan niet worden vastgesteld. Verdachte heeft verklaard dat hij ongeveer 50 meter voor de Postbrug het roer van zijn collega heeft overgenomen. Onduidelijk is wat de onderlinge afstand tussen de tanker en het motorjacht op dat moment was. Verdachte heeft verklaard de Carnat voorafgaand aan de aanvaring niet te hebben gezien.

lrgDe schipper voelde na ongeveer twee à drie minuten en ongeveer 500 meter gevaren te hebben een ‘vibratie’. Kort daarna zag hij aan bakboordzijde een klein bootje omhoog komen. Hij heeft de tanker toen gestopt. Op basis van het onderzoek kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld waar in het vaarwater de tanker de Carnat voor het eerst heeft geraakt. De radarbeelden geven daarin geen duidelijkheid.

Afgaand op de veronderstelde snelheden waarmee beide vaartuigen zouden hebben gevaren is het een reële mogelijkheid dat de Carnat zich op het moment dat verdachte het roer van de tanker overnam al in de dode hoek van de tanker bevond en dat hij de tanker dan ook niet heeft kunnen zien.

Dode hoek

Met betrekking tot de dode hoek overweegt de rechtbank het volgende. In het proces-verbaal scheepvaartonderzoek is de dode hoek berekend, dat wil zeggen de afstand voor de tanker waarbinnen, gezien vanuit de stuurhut van de tanker, niet (goed) zichtbaar is wat zich daar bevindt. De conclusie is dat de Carnat tussen de 104 en 307 meter voor het voorschip van de tanker, in de lijn van kiel en steven, zichtbaar moet zijn geweest. In de berekening is gerekend met twee theoretische variabelen, namelijk de hoogte van het stuurhuis en de ballast, welke zijn gebaseerd op een tekening van de maten van de tanker. Uit het verhoor van de verbalisant die de berekening heeft verricht is gebleken dat het een indicatieve berekening is. Zo is bijvoorbeeld uitgegaan van de situatie dat verdachte aan het roer heeft gestaan terwijl uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende aannemelijk is geworden dat verdachte achter het roer heeft gezeten. Dit heeft gevolgen voor de dode hoek. De berekening biedt voorts geen inzicht in de zogeheten dynamische dode hoek. Het voorgaande betekent dat de berekening van de dode hoek met behoedzaamheid moet worden beschouwd.

Het feit dat verdachte al enige tijd voordat hij het roer overnam van zijn collega in de stuurhut aanwezig was kan hem niet worden tegengeworpen. Uit de verklaringen van de schippers blijkt dat het meekijken van verdachte zich heeft beperkt tot het moment dat hij het roer overnam. Daarvoor was hij met andere zaken bezig. Gelet op het feit dat hij toen niet de roerganger was, was het niet zijn verantwoordelijkheid om zich met scheepvaart in de nabijheid van de tanker bezig te houden.

De conclusie is dat niet buiten redelijke twijfel is vast te stellen hoe de feitelijke situatie (afstand tot de Carnat en de dode hoek) was ten tijde van en in vervolg op het overnemen van het roer van de tanker door verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet worden bewezen dat aan de zijde van verdachte sprake is van schuld en spreekt de verdachte vrij. (Bron: Rechtspraak/Foto: Rijkswaterstaat/Joop van Houdt)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief