Vlaamse rechter beslist over loodsenconflict op de Schelde

645

De Rechtbank van Eerste Aanleg in Antwerpen beslist dinsdag 17 juni over de vordering van het Vlaamse Gewest tot vernietiging van een arbitrale uitspraak tot betaling van ruim 7,8 miljoen euro aan het Nederlands Loodswezen.

Sinds 2010 woedt er een juridische strijd tussen het Vlaamse Gewest en het Nederlands Loodswezen. De kern van het conflict is: het uitblijven van de betaling/bijpassing door het Vlaamse Gewest aan het Nederlands Loodswezen van forse financiële tekorten, als gevolg van het structureel te laag vaststellen van loodsgeldtarieven voor de Scheldevaart door de Vlaamse Minister.

Het conflictdossier

Op de Schelde worden loodsdiensten verricht door zowel de Vlaamse als de Nederlandse loodsdienst. Vlaamse loodsen bedienen schepen Vlaamse rechter beslist over loodsenconflict op de Schelde die Vlaamse kusthavens aandoen (in 2013: 8.000) en Nederlandse loodsen bedienen schepen die Nederlandse havens aandoen (in 2013: 10.000). Gezamenlijk verlenen de Vlaamse en Nederlandse loodsen hun diensten aan de zgn. ‘Scheldevaarders’. Dit zijn – globaal gezegd – schepen die varen op de Schelde (of haar mondingen) dan wel op het Kanaal van Gent naar Terneuzen en die een Vlaamse haven als bestemming of vertrekpunt hebben (o.a. Antwerpen, Gent). In 2013 betrof dit ca. 32.000 schepen.

Zelfstandig

In het Scheldereglement (een verdrag tussen België en Nederland) is vastgelegd dat de loodsprestaties voor Scheldevaarders tussen beide loodsdiensten worden verdeeld op basis van de volgende verdeelsleutel: 72,5% door loodsen van de Vlaamse loodsdienst en 27,5% door loodsen van de Nederlandse loodsdienst.

De Vlaamse loodsdienst, behorende tot het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), maakt onderdeel uit van de Vlaamse overheid. De Nederlandse loodsdienst daarentegen is in 1988 verzelfstandigd en maakt sindsdien geen deel meer uit van de Nederlandse overheid.

Nieuwe afspraken

Sinds 1 januari 2009 gelden nieuwe samenwerkingsafspraken tussen de Vlaamse loodsdienst en het Nederlands Loodswezen, welke zijn neergelegd in diverse overeenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en het Nederlands Loodswezen. De financiële uitvoering van deze overeenkomsten heeft vanaf de zomer van 2010 geleid tot een juridisch conflict, dat tot op de dag van vandaag nog altijd niet is opgelost. Hieronder volgt de achtergrond bij dit conflict en wordt op hoofdlijnen de juridische strijd uiteengezet tussen het Vlaamse Gewest en het Nederlands Loodswezen. Tot slot wordt aandacht besteed aan de weg die bewandeld wordt om te komen tot nieuwe afspraken voor de toekomst.

Verdragen

Op 30 september 2008 is het ‘Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake beëindiging van de onderlinge koppeling van de loodsgeldtarieven’ in werking getreden (het zgn. Ontkoppelingsverdrag). Werden voorheen de loodsgeldtarieven voor de Scheldevaart in onderlinge overeenstemming tussen de Vlaamse en de Nederlandse Minister vastgesteld (waarbij de loodsgeldtarieven op de Schelde nooit hoger mochten zijn dan de loodsgelden die geheven werden op de mondingen van de Maas), met de komst van het nieuwe verdrag werd de koppeling met de loodsgeldtarieven voor de vaart op Rotterdam losgelaten. Tegelijkertijd leidde een aanpassing van het Scheldereglement per 1 oktober 2008 (eveneens een verdrag tussen België en Nederland) ertoe, dat voortaan alleen de Vlaamse Minister die de loodsdienst in haar portefeuille heeft, de loodsgeldtarieven voor de Scheldevaart mag vaststellen.

Deze nieuwe verdragsteksten – waarin het Nederlands Loodswezen als verzelfstandigde dienst voor de vaststelling van de tarieven voor de Scheldevaart ineens direct en uitsluitend afhankelijk werd van besluitvorming door de Vlaamse Minister – noopten dan ook tot het maken van verregaande afspraken tussen het Vlaamse Gewest en het Nederlands Loodswezen. Deze afspraken werden neergelegd in een drietal Vlaamse rechter beslist over loodsenconflict op de Schelde overeenkomsten. In de eerste, de Samenwerkingsovereenkomst, werd de intensieve operationele samenwerking tussen beide loodsdiensten vastgelegd en werden de regels en de wijze overeengekomen voor de verrekening van kosten en inkomsten ten aanzien van de loodsdienstverlening aan Scheldevaarders (men gebruikt bijvoorbeeld elkaars materieel).

Samenwerkingskosten

In de tweede overeenkomst, de Overeenkomst tot aanvulling van de samenwerkingsovereenkomst, werden de samenwerkingskosten en de zgn. buiten-samenwerkingskosten gedefinieerd en werden diverse reken- en verrekenmethodieken nader uitgewerkt.

In de derde overeenkomst, de Tariferingsovereenkomst Scheldevaart, werden nadere afspraken gemaakt over de loodsgelden en de loodsvergoedingen. In deze overeenkomst is de doelstelling van de samenwerkende partijen vastgelegd. Deze luidt: ‘De overeenkomstsluitende partijen waken erover dat de financiering van de loodsdiensten voor de Scheldevaart te allen tijde op jaarbasis en op macro-niveau de volledige en werkelijke kosten ervan dekt, bij voorkeur door de invoering, aanpassing en handhaving van kostendekkende tarieven voor loodsgelden en de loodsvergoedingen voor de Scheldevaart’. Dit was geheel in lijn met de gemaakte afspraken tussen Vlaamse en Nederlandse Ministers in het ‘Derde memorandum van overeenstemming tussen Vlaanderen en Nederland met betrekking tot de onderlinge samenwerking ten aanzien van het Schelde-estuarium’ van 11 maart 2005. Daarin werd de heffing van kostendekkende tarieven voor de Scheldevaart reeds als te bereiken doel van de samenwerking tussen beide loodsdiensten onderschreven.

Tekort bijpassen

Omdat bij verdrag was bepaald dat enkel nog de Vlaamse Minister de tarieven voor loodsgelden en de loodsvergoedingen voor de Scheldevaart mocht bepalen, waren aanvullende regels noodzakelijk. De Tariferingsovereenkomst kent daarom een bepaling die voorziet in consultatie van de Nederlandse Loodsdienst door de Vlaamse Minister alvorens over te gaan tot de vaststelling van nieuwe tarieven, alsmede een verplichting voor de Vlaamse Minister om zo nodig op te treden om bovengenoemde doelstelling veilig te stellen. Daarnaast werd vastgelegd dat ingeval de tarieven door de Vlaamse Minister niet volledig kostendekkend worden vastgesteld, het Vlaamse Gewest ertoe gehouden is het tekort in de vergoeding van de kosten van loodsdiensten (meervoud!) bij te passen: dus in dat geval zowel bijpassing van de Vlaamse loodsdienst als het Nederlands Loodswezen.

De start van het conflict

Bij de vaststelling van de jaarrekening 2009 van het Samenwerkingsverband van beide loodsdiensten werd duidelijk dat de tarieven die de Vlaamse Minister voor 2009 had vastgesteld voor de Scheldevaart, tot forse tekorten leidden bij beide loodsdiensten (voor het Nederlands Loodswezen ca. € 5,2 miljoen).

Daarop drong het Nederlands Loodswezen aan op betaling/bijpassing van het tekort. Overleg binnen de SOLOS-werkgroep (de werkgroep van de Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten) die instaat voor de dagelijkse uitwerking van de samenwerking alsmede voor de financiële, de operationele en de logistieke besluitvorming binnen de samenwerking) leidde echter niet tot een oplossing. En inmiddels liepen de tekorten bij beide loodsdiensten voor de Scheldevaart verder op. Voor het jaar 2010 bedroeg het tekort voor de Nederlandse loodsdienst ca. € 3,7 miljoen, maar betaling/bijpassing door het Vlaamse Gewest aan het Nederlands Loodswezen bleef ook voor dat jaar uit.

Compensatieregeling

Na diverse overleggen en briefwisselingen is in april 2011 een compensatieregeling tot stand gekomen ten aanzien van het door het Nederlands Loodswezen geleden verlies in de jaren 2009 en 2010. Deze regeling (die een gespreide betalingsregeling omvatte voor het Vlaamse Gewest) werd door het Nederlands Loodswezen uit coulance opgesteld.

Vlaamse rechter beslist over loodsenconflict op de Schelde De overeenkomst had blijkens een schriftelijke mededeling van de Administrateur-generaal van het Agentschap MDK reeds de instemming van de Vlaamse Minister onder voorbehoud van goedkeuring door de ledenvergadering van het Nederlands Loodswezen. Toen deze ledenvergadering de overeenkomst vervolgens officieel goedkeurde, bleef plotseling – zonder enige motivering – de ondertekening van de regeling door het Vlaamse Gewest uit en daarmee ook de betaling/bijpassing aan het Nederlands Loodswezen.

Verzoeningspoging

Daarop zette het Nederlands Loodswezen begin juni 2011 de zgn. verzoeningsprocedure in gang. In de samenwerkingsovereenkomsten is namelijk bepaald dat indien geschillen ontstaan ten aanzien van de uitvoering ervan, partijen langs de weg van verzoening moeten proberen de geschillen te beslechten. Daartoe wordt dan een verzoeningscomité samengesteld dat de taak van bemiddelaar ad hoc op zich neemt. Lukt het niet om geschillen in der minne te regelen langs de weg van verzoening, dan volgt arbitrage.

De verzoeningsprocedure leidde in de onderhavige casus tot geen enkel resultaat, aangezien de delegatie namens het Vlaamse Gewest in de eerste bijeenkomst te kennen gaf over geen enkel mandaat of bevoegdheid te beschikken om tot welke schikking dan ook te kunnen komen. Toen het verzoeningscomité naar aanleiding daarvan een gesprek aanvroeg bij de Vlaamse Minister bleef iedere reactie uit, waarna het verzoeningscomité concludeerde in haar eindrapportage dat verzoening of een minnelijke schikking tussen partijen niet mogelijk was gebleken binnen de daarvoor gestelde termijn.

Arbitrageprocedure

In december 2011 maakte het Nederlands Loodswezen daarop de in de samenwerkingsovereenkomsten voorgeschreven arbitrageprocedure aanhangig. In de loop van 2012 is het vastgestelde tekort voor de Scheldevaart voor de Nederlandse Loodsdienst over het jaar 2011 (ca. € 3,2 miljoen) ingebracht in deze procedure. Daarmee bedroeg de totale vordering van het Nederlands Loodswezen over de jaren 2009-2011 ca. € 12,3 miljoen.

Na het wisselen van conclusies door partijen en een zitting in april 2013 volgde op 4 september 2013 de uitspraak van het Arbitraal college: het Vlaamse Gewest werd veroordeeld tot betaling van ca. € 7,8 miljoen aan het Nederlands Loodswezen ofwel 2/3 van de totale vordering.

Daarmee leek een einde te zijn gekomen aan een slepend conflict. Maar helaas bleef betaling door het Vlaamse Gewest opnieuw uit, ook na herhaalde verzoeken daartoe gericht aan de Vlaamse Minister. Wel ontving het Nederlands Loodswezen in oktober 2013 een brief van de Vlaamse Minister waarin zij aangekondigde de arbitrale uitspraak juridisch te zullen gaan aanvechten en deelde ze mee dat van haar kant behoefte bestond om de bestaande overeenkomsten aan een evaluatie te onderwerpen en deze waar nodig aan te passen ‘teneinde het economisch evenwicht tussen de partijen te herstellen’.

Uitblijven betaling

Aangezien betaling uitbleef diende het Nederlands Loodswezen een verzoek in bij de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen om de arbitrale uitspraak uitvoerbaar te verklaren. Bij beschikking van 5 november 2013 werd hieraan gehoor gegeven en daarmee stond de weg open tot invorderingsacties door het Nederlands Loodswezen bij het Vlaamse Gewest.

Op 18 november 2013 ontving het Nederlands Loodswezen echter een dagvaarding van het Vlaamse Gewest met daarin het verzoek aan de Rechtbank van Eerste Aanleg in Antwerpen om over te gaan tot vernietiging van de arbitrale uitspraak; daarbij tekende het Vlaamse Gewest tevens verzet aan tegen genoemde beschikking tot uitvoerbaarverklaring.

Procedurefout

Het Vlaamse Gewest startte de vernietigingsprocedure op louter procedurele gronden: naar haar mening had het Arbitraal college namelijk vóór 1 augustus 2013 uitspraak moeten doen op grond van de Akte van Opdracht die was opgesteld bij aanvang van de arbitrageprocedure. Nu de uitspraak vijf weken later werd gedaan was volgens het Vlaamse Gewest sprake van een uitspraak gedaan door een inmiddels daartoe onbevoegd college.

Het Nederlands Loodswezen bestrijdt deze stellingname van het Vlaamse Gewest ten zeerste, waarbij (primair) gesteld wordt dat in de ondertekende Akte van Opdracht op geen enkele wijze een bindende termijn overeen is gekomen waarbinnen het Arbitraal college uitspraak moest doen.

Tijdens de inleidende zitting op 16 december 2013 bij de Rechtbank in Antwerpen werden de termijnen voor het wisselen van de schriftelijke stukken door partijen overeengekomen. Daarna werd de mondelinge behandeling van de zaak gepland op 17 juni 2014.

Tekorten lopen op

Ook het jaar 2012 werd weer met een fors tekort afgesloten wegens niet-kostendekkende tarieven voor de Scheldevaart. Voor het Nederlands Loodswezen bedroeg het tekort over dat jaar ca. € 6,8 miljoen. En in 2013 bedroeg het tekort voor de Scheldevaart voor het Nederlands Loodswezen maar liefst ca. € 8,2 miljoen. De Vlaamse Minister heeft de loodsgeldtarieven voor de Scheldevaart voor het laatst verhoogd op 1 juli 2011. Alleen al door het achterwege blijven van indexatie van deze tarieven lopen de tekorten steeds verder op.

Ook de Vlaamse loodsdienst kent jaarlijks aanzienlijke tekorten op (onder meer) de Scheldevaart. Saillant detail in deze context is dat de Vlaamse Minister zowel in 2012 als in 2013 haar eigen Vlaamse loodsdienst – in tegenstelling tot het Nederlands Loodswezen – wél financieel bijpast. In officiële documenten van de Vlaamse regering werd dit ineens zichtbaar: in 2012 werd een bedrag van bijna € 15 miljoen aan de Vlaamse loodsdienst gedoteerd en in 2013 ruim € 24 miljoen.

Oplossing voor de toekomst

In januari 2014 werd door het Nederlands Loodswezen een gesprek met de vertegenwoordiger van het (Vlaamse) Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust georganiseerd om een oplossing te creëren voor de problematiek met betrekking tot de tekorten voor het jaar 2012 en 2013. Dit leidde helaas wederom niet tot een oplossing. Van Vlaamse zijde werd volstaan met enkel een verwijzing naar het – wederom op initiatief van het Nederlands Loodswezen – geplande gesprek met de Vlaamse Minister op 5 februari 2014.

In dat gesprek gaf de Minister nadrukkelijk te kennen dat zij het oplossen van het bestaande conflict wenst te koppelen aan een oplossing voor de toekomst. Zij verzocht beide loodsdiensten binnen vier weken een gezamenlijk gedragen notitie op te stellen met (basis)uitgangspunten voor een vernieuwde samenwerking in de toekomst. Zij gaf aan dat zij – gelet op de verkiezingen op 25 mei 2014 – haar (eventuele) opvolger niet wilde belasten met dit dossier en dat ze daarom graag vóór die datum de contouren voor een vernieuwde Vlaamse rechter beslist over loodsenconflict op de Schelde samenwerking gereed wilde hebben. Ze gaf daarbij aan dat als tot overeenstemming kon worden gekomen, zij de door het Vlaamse Gewest ingezette juridische procedures bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen zou beëindigen en tot betaling van het bedrag (over de jaren 2009-2011) zou overgaan.

Nieuwe afspraken

Op 12 maart 2014 vond het vervolgoverleg plaats. Inmiddels was een door beide loodsdiensten gezamenlijk gedragen notitie met basisuitgangspunten voor de toekomst opgesteld met als titel: ‘Op weg naar herstel van het economisch evenwicht op de Schelde’. In dit overleg werden in aanwezigheid van de kabinetschef concrete afspraken gemaakt met betrekking tot het vervolgproces waarbij alles gericht was op een besluit van de Vlaamse Regering op 25 april 2014: dit was – zo werd gezegd – een ‘harde datum’, aangezien op deze dag de Vlaamse Regering voor het laatst zou vergaderen voorafgaand aan de verkiezingen op 25 mei 2014.

Teleurstellende

In ditzelfde (vervolg)overleg werd door het Nederlands Loodswezen tevens de start aangekondigd van een verzoeningsprocedure met betrekking tot de ontstane tekorten voor 2012 en 2013. De kabinetschef gaf het Nederlands Loodswezen echter in overweging om de start hiervan aan te houden, om het inmiddels in gang gezette besluitvormingsproces richting de Vlaamse Regering niet onnodig te belasten. Om dit besluitvormingsproces de maximale kans van slagen te geven besloot het Nederlands Loodswezen daarop om de start van de verzoeningsprocedure aan te houden tot uiterlijk 1 mei 2014 en deelde dit mee aan de Vlaamse Minister.

Op 28 april 2014 ontving het Nederlands Loodswezen het teleurstellende bericht dat de Vlaamse Regering de notitie wegens ‘een overvolle agenda’ niet had behandeld, maar dat de behandeling zou worden doorgeschoven naar 9, 16 of 23 mei 2014. Er bleken dus nu ineens toch meer vergaderingen van de Vlaamse Regering te zijn voorafgaand aan de verkiezingen.

Verzoening

Inmiddels had het Nederlands Loodswezen redelijkerwijs getoond al haar mogelijkheden tot verzoening en minnelijke schikking met betrekking tot de problematiek inzake de tekorten voor de jaren 2012 en 2013 uit te willen putten. Nu ook de eerder aangekondigde behandeling van de notitie door de Vlaamse Regering op 25 april 2014 achterwege bleef, besloot het Nederlands Loodswezen op 1 mei 2014 de problematiek met betrekking tot de ontstane tekorten voor 2012 en 2013 officieel ter verzoening voor te leggen.

Wat betreft de behandeling van de gezamenlijk gedragen notitie met daarin de (basis)uitgangspunten voor de toekomst: het Nederlands Loodswezen ontving tot op heden geen formele reactie van het Vlaamse Gewest over de behandeling van de notitie dan wel de uitkomst daarvan. Langs informele weg is inmiddels aan het Nederlands Loodswezen meegedeeld dat de Vlaamse Regering ook in haar vergaderingen op 9, 16 en 23 mei de notitie niet heeft behandeld. (Bron: Loodswezen regio Scheldemonden)

Meer over loodsen:
Minister Schultz wil vanaf 2017 meer vrijstellingen loodsplicht
Minister wil dat Vlaamse loodsen alsnog 7,9 miljoen euro betalen
Rederijen gaan 5,5 miljoen minder voor loods betalen

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief