Verschillende slangkoppelingen tegen bunkermorsingen in de binnenvaart

295

De overheid en de bunkerbranche gaan het morsen van gasolie bij het bunkeren van binnenvaartschepen aanpakken. Zo moeten verschillende types slangkoppelingen voor gasolie en smeerolie het aantal ongevallen en het aantal morsingen van brandstof of smeerolie verminderen.

De oplossingen waar de overheid en de bunkerbranche mee komen zijn:

  • Verschillende types slangkoppelingen, voor enerzijds gasolie (bijvoorbeeld Elaflex) en anderzijds smeerolie, om vergissingen bij het aansluiten te voorkomen. Binnenvaartschepen verschillen onderling echter, zowel binnen de Nederlandse vloot als uit andere Europese landen, maar zijn allemaal officieel toegelaten. Daarnaast verschilt ook de wetgeving per vlagstaat. Voor bestaande schepen betekent het achteraf installeren van uniforme (maar per bunkerproduct verschillende) koppelingen.
  • De bunkerwacht op het ontvangende binnenvaartschip is een belangrijke taak, die voorgeschreven is en in onder andere ROSR beschreven staat. Het is een serieuze en verantwoordelijke taak; niet iets dat de bunkerwacht er maar even bij doet. De milieu- en veiligheidsimpact zijn groot als het fout gaat.
  • Een goede productaanduiding. Zonder aanduiding: niet bunkeren. Omdat binnenvaartschepen onderling veelal verschillen, is goed labelen noodzakelijk. Ook dit staat reeds omschreven in het ROSR (Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn), echter er moet eenheid in de aanduiding komen.
  • Bunkeraar controleert de aansluitingen van de bunkerboot of bunkerwinkelschip en de bunkerwacht controleert de aansluitingen op het te bunkeren schip. Zij communiceren dit goed met elkaar.

Diverse voorvallen
De discussie kwam in een stroomversnelling na drie voorvallen. Op 15 augustus 2012 raakten twee personen zwaargewond omdat de brandstofslang op een binnenvaartschip Verschillende slangkoppelingen tegen bunkermorsingen in de binnenvaart werd aangesloten op de smeeroliebunker. Dit bleek geen uitzondering, het werd daarna vaker werd gemeld. Het huidige overleg volgt op een aantal serieuze incidentsmeldingen eind 2012 en begin 2013.
De directe aanleiding was een brief waarin de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), na het derde incident in 2012, NOVE dringend wees op het toezicht op milieuwetten en aangaf dat de verantwoordelijkheid wettelijk bij het bunkerstation berust. Volgens de NOVE is dit naar de letter van de wet juist. ‘Wanneer er wordt gebunkerd aan een afgemeerd walstation. Bij bunkering varend, op stroom is dit niet het geval. De verantwoordelijkheid ligt daarom bij alle partijen en personen die zich met het bunkeren bezig houden.’

Gedeelde verantwoordelijkheid
‘Doe gewoon je werk goed. Kwijt je van je taak’, bepleit Wim Schouten, veiligheidsadviseur en secretaris technische zaken bij NOVE. ‘Als iedereen zijn taak serieus neemt, wordt het risico enorm verlaagd. Haastige spoed is zelden goed, met als gevolg: veel kosten en vervuiling. Denk behalve aan je eigen veiligheid zeker ook om die van een ander. Het ging onlangs weer fout omdat de bunkerwacht, niet aanwezig was. Ook hier is er een gedeelde verantwoordelijkheid, want als het bunkerstation merkt dat de bunkerwacht geen oogje meer in het zeil houdt, moet hij de bunkering stoppen.’

NOVE heeft in haar interne nieuwsbrieven de Nederlandse binnenvaartbunkerbedrijven gewezen op de problemen en op de mogelijke oorzaken, te weten:

  • Veelal geen verschil tussen de aansluiting voor brandstof en die voor smeerolie. Soms hebben ook de water- en bilgewatertanks zelfs eenzelfde aansluiting.
  • Communicatieproblemen, taalproblemen en gebrek aan taakbesef bij de bunkerwacht.
  • Soms het geheel ontbreken van een bunkerwacht.
  • Geen productaanduiding bij de vulpunten.

Incidenten melden
Belangrijk is ook dat incidenten worden gemeld, omdat met die informatie vergelijkbare problemen elders kunnen worden voorkomen. Uit vrees voor sancties worden bunkerincidenten echter vaak niet gemeld, vooral wanneer de gemorste olie binnenboord blijft, zodat de fout verdoezeld kan worden.

Deelnemers aan het overleg zijn Rijkswaterstaat, de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) en bunkerbelangenorganisatie NOVE (Nederlandse Organisatie Voor de Energiebranche). Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en de NOVE gaan hun leden nadrukkelijker wijzen op de juiste werkwijze, veiligheidsprocedures en op ieders verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. (Foto NOVE)

twitter