Tachtig procent accijnsopbrengst is uit ‘niet-representatief’ januari

512

Na bestudering en doorrekening van de accijnsevaluatie die staatssecretaris Wiebes afgelopen woensdag naar de Tweede Kamer stuurde, komt BOVAG tot enkele opmerkelijke conclusies. Zo komt de gerapporteerde meeropbrengst in het eerste kwartaal van 2014 voor maar liefst 80 procent op het conto van de maand januari, die eerder door Wiebes als ‘niet-representatief’ werd betiteld. In maart was er zelfs minder opbrengst dan in dezelfde maand vorig jaar en in februari was de opbrengst bij lange na niet conform begroting.

De 51 miljoen euro die aan de Kamer werd gerapporteerd is inclusief de opbrengst uit de inmiddels ‘normale’ jaarlijkse inflatiecorrectie die per 1 januari ook werd doorgevoerd op alle brandstofaccijnzen en inclusief de opbrengst uit de verhoging van LPG-accijns voortvloeiend uit de afspraken in de zogenaamde Autobrief 1. De evaluatie diende echter te focussen op de gevolgen van de autonome verhogingen van 3 cent per liter diesel en 7 cent per liter LPG, zoals Pomphouders protesteren tegen accijnsverhogingafgesproken in het regeerakkoord tussen PvdA en VVD en vervolgens het herfstakkoord met gedoogpartijen SGP, CU en D66. Op basis van de door Financiën gebruikte cijfers komt BOVAG in dat geval op een meeropbrengst in het eerste kwartaal van 35,5 miljoen euro. Daarvan is ruim 80 procent (28,5 miljoen euro) gegenereerd in de controversiële maand januari, waarover het CBS een haast onwaarschijnlijk hoge afzet van 603 miljoen liter heeft becijferd (BOVAG en NOVE: 527 miljoen liter). In februari bedroeg de meeropbrengst op basis van de gebruikte cijfers bijna 10 miljoen euro, terwijl in maart juist ruim 3 miljoen euro MINDER accijns zou zijn binnen gehaald dan in maart 2013. Het CBS heeft vorige week de dieselafzetcijfers over afgelopen februari wegens een rekenfout moeten corrigeren en heeft in maart tevens de cijfers over alle maanden van 2013 naar beneden bijgesteld, tot wel 4,5 procent.

Ontbrekende cijfers
Doel van de accijnsmaatregel voor diesel en LPG (exclusief de inflatiecorrectie) was om dit jaar 280 miljoen euro extra op te halen, oftewel 70 miljoen per kwartaal c.q. 23,3 miljoen euro per maand. De cijfers die over februari en maart worden gerapporteerd, laten zien dat dat bij lange niet gehaald wordt en zelfs negatief uitpakt. Daarnaast werd door de staatssecretaris een grafiek gepresenteerd waarin de ontwikkeling van de detailhandelomzet met de benzine-afzet (niet de diesel) werd vergeleken, tot en met het vierde kwartaal van 2013. Diezelfde cijfers zijn echter ook al lang en breed beschikbaar voor het eerste kwartaal van 2014, waar de evaluatie juist om draait, en ook voor diesel. BOVAG zette deze gegevens wèl in de grafiek en dan is duidelijk te zien dat de detailhandelomzet verder herstelt, maar benzine èn diesel sinds 1 januari kelderen. In de evaluatie wordt verder gesteld dat de negatieve ontwikkelingen in de grensstreek passen in een ‘meerjarige trend’, maar uit alle aangeleverde data wordt juist duidelijk dat die ‘trend’ pas is ingezet eind 2012, toen in Nederland de BTW werd verhoogd. Vervolgens zijn de brandstofaccijnzen nog twee keer geïndexeerd en is de accijns op LPG en diesel nog eens extra verhoogd. Ook de staatssecretaris erkent dat er in de grensregio sterkere effecten zijn en die zijn ook helder af te lezen in de diverse grafieken en tabellen.

Eerlijk beeld
De accijnsverschillen met België en Duitsland die in de evaluatie uiteen worden gezet, geven geen eerlijk beeld, aangezien in Nederland ook een verplichte heffing (COVA – strategische voorraadheffing) moet worden afgedragen. De buurlanden kennen zo’n heffing niet en in de evaluatie is deze volledig buiten beschouwing gelaten. Bovendien wordt over accijns ook btw geheven en in Duitsland bedraagt dat percentage 19 ten opzichte van de huidige 21 procent in Nederland. (Bron: BOVAG)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief