Speedbootschipper Vinkeveense Plassen had teveel alcohol op

357

De 49-jarige man uit Oosterbeek die zaterdagavond op de Vinkeveense Plassen met zijn speedboot op een sloep voer had te veel alcohol gedronken. Dat blijkt uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Bij de aanvaring vielen twee doden.

De speedbootschipper voer na aanvaring weg, maar werd na een zoekactie met onder andere de politiehelikopter, boten en jetski’s van de politie, aangetroffen bij een woning in Vinkeveen. Drie personen die zich in de woning bevonden werden aangehouden op verdenking van dood door schuld en het verlaten van een plaats van een ongeval.

Zwitserse rechtbank spreekt schipper en matroos vrijWoensdag wees de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie om de speedbootschipper voor veertien dagen in bewaring te stellen af. Maar de rechtbank Midden-Nederland spreekt na de nieuwe feiten van een stevige verdenking voor doodslag. De man kan daarvoor twaalf jaar gevangenis krijgen.

Feiten

De rechtbank oordeelde dat de verdachte veertien dagen langer in de cel moet blijven. De rechtbank ging daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden:

  • Verdachte voer op 2 augustus 2014 rond 22.45 uur met zijn boot op de Vinkeveense plassen. Het was een mooie zomeravond in de vakantieperiode en het gebied waar verdachte voer is omgeven door recreatie-eilandjes. De afstand tussen de verschillende eilandjes is op sommige plekken klein, enkele tientallen meters. Verdachte was bekend in het gebied.
  • Het was donker. Verdachte verklaart zelf dat het bij de eilandjes ‘pikkedonker’ was.
  • Verdachte voer in een speedboot met een gewicht van drie ton die, naar eigen zeggen van verdachte, een maximumsnelheid had van 80 km/uur;
  • Ter plekke geldt een maximumsnelheid van 6 kilometer/uur;
  • Verdachte voer in plané, hetgeen inhoudt dat de neus van zijn boot omhoog kwam en los van het water kwam waardoor het zicht op het voorliggende traject aan de bestuurder van de boot deels werd ontnomen;
  • Verdachte voerde naar alle waarschijnlijkheid geen verlichting;
  • Verdachte had in de uren voorafgaand aan het ongeluk alcohol gebruikt. Uit de ademalcohol analyse, afgenomen 11 uur na het ongeval, volgt een promillage van 60 ug/liter uitgeademde lucht. Het NFI heeft op basis hiervan een herberekening verricht en komt tot de conclusie dat het bloedalcoholgehalte op het tijdstip van het ongeval ongeveer gelegen heeft tussen de 1,4 en de 2,6 milligram per milliliter. Verdachte heeft aangegeven geen alcohol meer te hebben gedronken na het ongeval;
  • De aanvaring vond plaats met een sloep, welke qua gewicht en snelheid ongelijkwaardig was aan de boot van verdachte.
In donker

Bij de beoordeling kent de rechtbank in de eerste plaats veel waarde toe aan het feit dat het ongeval plaatsvond op een recreatieplas op een warme zomeravond, in het donker. Op de plas wordt door recreanten gebruik gemaakt van een grote diversiteit aan vaartuigen, waaronder, mede doordat de maximumsnelheid 6 km per OM gaat NIWO tippen over malafide transportondernemingenuur bedraagt, veel kleine, kwetsbare boten. In de plas wordt ook gezwommen.

In de tweede plaats weegt voor de rechtbank bij haar beoordeling zwaar mee dat de verdachte de beschikking had over een zware boot die in plané veel hoger op het water lag dan andere boten, waardoor bij een aanvaring het risico op letsel of schade voor opvarenden van andere boten op de plas veel groter was dan voor de verdachte zelf.

‘Gevlogen’

Het onderzoek naar de toedracht van het ongeval is nog in volle gang. Op basis van de thans beschikbare informatie acht de rechtbank aannemelijk dat de speedboot van verdachte met een forse snelheid, in elk geval meer dan driemaal de toegestane snelheid, in plané, gedeeltelijk over de sloep waarin de slachtoffers zich bevonden, is gevlogen waarbij de personen die achterin de sloep zaten door de (schroef van) de speedboot zijn geraakt en gedood.

Alles bekend

De rechtbank nam ook mee dat de verdachte een ervaren schipper is en hij bekend was met de boot waarin hij voer, zodat de prestaties en het gedrag van de boot hem niet meer hebben kunnen verrast. ‘Hij was eveneens bekend met het gebied en daardoor ook met de mogelijke aanwezigheid van andere kleinere vaartuigen en de kwetsbare positie van de mensen in die vaartuigen. Doorslaggevend bij het oordeel is dat de verdachte zich er, gezien de eigenschappen van zijn boot, van bewust moet zijn geweest dat een aanvaring met een sloep of een ander kwetsbaar vaartuig voor de opvarenden van dat vaartuig fatale gevolgen zouden kunnen hebben terwijl voor hemzelf het risico op letsel of schade bij een aanvaring heel beperkt was. Dit heeft verdachte niet ervan weerhouden te handelen zoals hij heeft gedaan.’ (Bron: Rechtspraak)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief