Seksuele intimidatie en misbruik leerling matroos niet bewezen

660

GOUDA – Het College voor de Rechten van de Mens vindt het niet bewezen dat een binnenvaartschipper een vrouwelijke leerling matroos seksueel heeft geïntimideerd en daarmee verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de arbeidsomstandigheden. Ook werd niet bewezen dat een aflosschipper aan boord van hetzelfde schip de matroos zou hebben verkracht.

De leerling matroos trad op 13 januari 2014 in dienst bij de schipper. Ze werd aangenomen op basis van een leer-werkovereenkomst. De leer-werkovereenkomst is tot stand gekomen door bemiddeling van een jobcoach van een organisatie die ambulante hulpverlening, dagbehandeling, residentiele zorg en crisisopvang aan jongeren tot 23 jaar biedt.

‘Zeer bedreigend’

De leerling matroos stelt dat de schipper haar heeft vastgepakt, opgetild, op zijn schoot heeft getrokken en dat hij haar regelmatig van achteren knuffelde als zij bij het aanrecht in de keuken stond. Ook wilde hij volgens de matroos dat zij ’s avonds bij hem op de bank kwam zitten, tegen hem aan. Hij streelde en knuffelde haar dan. Later wilde hij haar zelfs masseren, maar dit heeft verzoekster niet toegestaan. De matroos had een cursus voor spierontspanningstherapeut gevolgd en heeft – naar eigen zeggen – aangeboden de schipper te masseren, zodat hij van haar af zou blijven. Zij stelt hem bijna iedere avond te hebben gemasseerd.

Ook zei de schipper volgens de matroos geregeld vulgaire woorden. Hij zei regelmatig tegen verzoekster dat ze een aantrekkelijk meisje was en een mooie kont had. Verder zou hij haar erotische foto’s hebben laten zien van een ex-werkneemster. De matroos stelt zich hierdoor zeer bedreigd te hebben gevoeld. De schipper was haar werkgever en zij had als werknemer op het schip geen mogelijkheid zich hieraan te onttrekken. Bovendien was zij financieel afhankelijk van de schipper; zij wilde haar baan als leerling matroos niet verliezen.

Seksuele intimidatie en misbruik leerling matroos niet bewezen‘Niet gebeurd’

De schipper zegt al twintig jaar met regelmaat aan vrouwen en mannen de mogelijkheid te bieden om werkervaring op te doen in de binnenvaart. Hij zegt er altijd rekening mee te houden dat deze stagiaires vaak een verleden hebben in de hulpverlening of bijstand. Dit is voor hem juist aanleiding om hen deze mogelijkheid te bieden.

De schipper betwist dat de door verzoekster omschreven gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Er is geen fysiek contact geweest tussen hem en verzoekster op de wijze zoals de matroos beschrijft. Ze heeft hem wel twee keer – en niet iedere avond zoals ze stelt – gemasseerd vanwege zijn rugklachten. Dat heeft ze volgens de schipper destijds zelf aangeboden en hij is op dit aanbod ingegaan omdat zij spierontspanningstherapeut is. De matroos wist dat de schipper hiervoor in behandeling was bij een fysiotherapeut in verband met rugklachten en zij gaf aan dat zij hem daarvoor kon behandelen.

Verder ontkent de schipper vulgair of grof taalgebruik richting de matroos en dat hij nooit erotische foto’s aan de vrouw heeft laten zien.

Niet bewezen

Volgens het College heeft de leerling matroos haar stellingen niet nader onderbouwd en kan het College de stellingen van de matroos niet als feit(en) vaststellen. ‘Het College oordeelt daarom de leerling matroos geen feiten heeft aangevoerd die kunnen doen vermoeden dat de schipper haar seksueel geïntimideerd heeft’.

Verkracht

In het weekend van 15 en 16 februari kwam een vriend van de schipper aan boord om hem af te lossen. De schipper ging vanaf Düsseldorf met de auto terug naar Nederland. De aflosschipper zou het schip terugvaren naar Nederland. De matroos verklaart schriftelijk: ‘Dat weekend heeft de vriend van vennoot 1 mij seksueel mishandeld, penetratie’.

De vrouw verklaarde dat zij zelf met chloor heeft geprobeerd de sporen hiervan te wissen. Uiteindelijk was het haar gelukt de spermavlekken met bleekmiddel uit de bank te krijgen. Er waren geen sporen meer te vinden. Het College wilde weten of er sprake is geweest van verkrachting. De vertegenwoordiger van de leerling matroos zegt dat verzoekster niet over de gebeurtenis kan en wil spreken. De vertegenwoordiger zegt verkrachting een moeilijke term te vinden, maar beaamt desgevraagd dat hiervan sprake is geweest. Het College vroeg ook naar het moment waarop de seksuele mishandeling heeft plaatsgevonden. Zij heeft daarop bij monde van haar vertegenwoordiger geantwoord dat de schipper zondag 16 februari om 10.00 uur weer terug was en dat het in dat weekend heeft plaatsgevonden. De vertegenwoordiger van de vrouw heeft verklaard dat zij de schipper verwijt dat hij de situatie heeft gecreëerd waarin verzoekster seksueel is mishandeld door de aflosschipper.

Klopt niet

De schipper stelt dat het verhaal van de leerling matroos niet klopt. De aflosschipper kwam vrijdagmiddag 14 februari in Dordrecht aan boord. De schipper verliet toen het schip. De aflosschipper zou het schip naar Duisburg varen, en niet naar Düsseldorf. De vrouw heeft maandag 17 februari tegen de schipper verteld dat de aflosschipper haar had verkracht. De schipper was daardoor erg van slag, hij geloofde de vrouw aanvankelijk, en heeft meteen contact opgenomen met de begeleider en de jobcoach van de vrouw. Het voelde voor hem alsof een dochter van hem was verkracht. Hij stelt dat hij de vrouw beschouwde als een kind dat hij wilde beschermen. Omdat hij het verhaal aanvankelijk geloofde en zijn vriend hiermee confronteerde, is de vriendschap tussen hem en de aflosschipper sindsdien verbroken. De aflosschipper ontkende de vrouw verkracht danwel anderszins seksueel mishandeld te hebben. De schipper heeft er bij de vrouw op aangedrongen aangifte te doen, maar dat wilde zij niet. Ook sprak hij  verschillende keren met de zedenpolitie, maar die konden niets doen omdat verzoekster geen aangifte wilde doen. De schipper heeft zelfs geprobeerd om met een blacklight eventuele spermavlekken op de bank te traceren, maar die sporen waren er niet. Hij was in de veronderstelling dat de sporen door het bleekmiddel waren verwijderd. Na enkele weken is de schipper toch gaan twijfelen aan het verhaal van de vrouw. Hij heeft toen gekeken welk effect het bleekmiddel, dat verzoekster zegt te hebben gebruikt om de vlekken op de bank te verwijderen, had op de bank door een klein beetje van het bleekmiddel op de bank uit te proberen. Toen bleek dat er een totaal uitgebleekte vlek ontstond. Dergelijke uitgebleekte vlekken waren er voordien niet, terwijl de vrouw zei dat ze dat middel had gebruikt. Dat was voor de schipper een bevestiging dat de door matroos gestelde handelingen door de aflosschipper niet hebben plaatsgevonden en dat zijn hierover tegen hem had gelogen.

Gevaarlijk meisje

De aflosschipper verklaarde dat de schipper helemaal van slag was toen de vrouw verzoekster hem had verteld dat ze door de aflosschipper was verkracht. De aflosschipper heeft de sleutels van het schip na het weekend afgeleverd bij vennoot twee. De aflosschipper zei tegen vennoot twee dat verzoekster een gevaarlijk meisje was. Zij zou de aflosschipper hebben gevraagd om een knuffel. De vrouw vertelde dat het andersom was gegaan.

Geen feiten

Het College stelt vast dat de leerling matroos geen aangifte heeft gedaan en niet nader onderbouwd heeft dat de gestelde verkrachting dan wel enige andere seksuele mishandeling heeft plaatsgevonden. ‘Voorts constateert het College dat zij niet heeft kunnen specificeren op welke dag en op welk tijdstip de aflosschipper dat gedaan zou hebben. Ook heeft verzoekster de verklaring van de schipper niet betwist over het effect van het gebruik van bleekmiddel op de bank, te weten uitgebleekte vlekken. Nadat zij het bleekmiddel zou hebben gebruikt om de sporen te wissen zijn er geen uitgebleekte vlekken in de bank verschenen, aldus de verklaring van de schipper. Het College neemt derhalve als feit aan dat er geen sprake was van bleeksporen op de bank voordat schipper zelf de proef op de som nam. Het College overweegt verder dat de schipper  betwist dat de door verzoekster gestelde seksuele mishandeling door de aflosschipper heeft plaatsgevonden. Het College oordeelt dat verzoekster geen feiten heeft aangevoerd die seksuele intimidatie door de aflosschipper kunnen doen vermoeden.’

Niet meer verdragen

De leerling matroos stelt verder dat de schipper zondagavond 16 februari, nadat hij op het schip was teruggekeerd, wilde dat de vrouw ter ontspanning alcohol zou drinken. Op maandagavond 17 februari wilde hij volgens verzoekster wederom dat zij alcohol dronk. Dat heeft zij gedaan. De schipper heeft de vrouw toen op verschillende plaatsen van haar lichaam aangeraakt. Zij is toen in shock geraakt en is in het ziekenhuis beademd en gereanimeerd. De volgende dag kon de vrouw de schipper niet meer verdragen. Ze is van boord gegaan en vervolgens naar huis gegaan. Zij zit sindsdien in de ziektewet.

Alcohol drinken

Volgens de schipper vroeg de vrouw op de zondagavond zelf om een glaasje alcohol, omdat zij dan beter zou kunnen slapen. De schipper gaf haar daarop één glaasje schippersbitter. De vrouw is daarna volgens de schipper op de bank in slaap gevallen en hij heeft haar daar laten liggen. Op maandagavond 17 februari 2014 vroeg zij hem weer zelf om alcohol; hij heeft haar toen weer één glaasje schippersbitter gegeven. De schipper en de vrouw zijn daarna ieder naar hun eigen slaapkamer gegaan. Hij betwist dat hij de vrouw heeft aangeraakt. Na een tijdje riep de vrouw vanuit haar slaapkamer in paniek dat ze geen adem meer kreeg. Ze is toen buiten bewustzijn geraakt en de schipper heeft op haar mond op mond beademing toegepast en een ambulance en de politie laten oproepen via de verkeerspost Dordrecht van Rijkswaterstaat. Ze is per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Later die nacht is ze door de politie op haar eigen verzoek weer aan boord van het schip gebracht. Ze had ook naar haar eigen huis kunnen gaan, maar wilde weer terug op het schip. De schipper heeft de dag erna meteen de begeleider van de leerling matroos gebeld, maar die was met vakantie. De jobcoach is daarom gekomen om de vrouw op te halen. Weken later vond de schipper op het schip een halflege fles Passoa gevonden. Hij vermoedt dat ze die avond daarvan heeft gedronken en daardoor buiten bewustzijn is geraakt.

Het College vindt het moeilijk te rijmen dat de vrouw teruggebracht wilde worden naar schipper ondanks de stelling dat de schipper haar die avond heeft aangeraakt en/of seksueel heeft geïntimideerd. De vrouw heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Het voorgaande leidt tot het oordeel van het College dat de vrouw geen feiten heeft aangevoerd die kunnen doen vermoeden dat de schipper haar seksueel heeft geïntimideerd.

SMS’jes

De leerling matroos stelt stelt dat de schipper haar na 18 februari seksueel bleef intimideren, door haar seksueel getinte sms-berichten te sturen. Verzoekster heeft onder andere de volgende sms-berichten overgelegd:

  • “Hey lieve schat, hoop dat je weet dat we echt van je houden xxxx” (03-03-2014);
  • “Lieverd probeer alles opzij te zetten en je verleden een plekje te geven. Verwacht niet dat het vanzelf gaat en zeker niet ff gauw. Vergeet niet dat er mensen zijn die van je houden. Ik ben er een van, slaap lekker xxxx” (04-03-2014);
  • “Bij hou van word ik kwetsbaar, tja je hebt gewoon een heel speciaal plekje in mijn hart” (05-03-2014);
  • “Hey niet eten is niet beter worden, dus niet kunnen werken. Maar ook weer in het gesticht, das helemaal kut. Dus zorg goed voor jezelf. Hou van je, xxx” (10-03-2014);
  • “Nou lekker ding, hou van je en droom dat ik je heerlijk in me armen knuffel en in slaap laat vallen xxxx” (10-03-2014);
  • “Hoi wij houden ons komende tijd op de vlakte en als je iets wil of ons wil zien kan dat via [begeleider]. Xxx” (19-03-2014);
  • ”Hey lieve schat gaat het een beetje?” (24-03-2014);
  • “Hey lieverd, ik hoop dat je weet dat je niet zonder inkomen komt. We zijn daar echt voor aan het zorgen. Xxx (14-04-2014).

De schipper heeft in reactie op de door verzoekster ingestuurde sms-berichten een groot aantal foto’s van aanvullende sms-berichten gestuurd. Zo heeft de vrouw op 18 februari 2014 een sms gestuurd waarin ze schrijft: “Sorry dat ik je zoveel stress heb bezorgd”. Ook schrijft ze die dag: “En mag ik nog wel terug komen om te werken?” en “Ben ik ontslagen?” Op 27 februari schrijft ze: “Ik heb koekjes voor jullie bezoek gekocht” en vervolgens “Ik mis het werk wel 🙁 xx”. Deze sms-berichten zijn volgens de schipper niet te rijmen met de stelling van de vrouw dat hij haar seksueel geïntimideerd zou hebben en dat zij hem niet meer kon verdragen.

Zelfmoord

Op 28 februari 2014 stuurt de vrouw de schipper een sms-bericht, waarin ze aangeeft dat ze zelfmoord gaat plegen. De schipper heeft hulpdiensten gealarmeerd en is naar haar toe gereden. In overleg met de begeleider van de vrouw is besloten dat ze dat weekend niet alleen kon blijven en daarom hebben de schipper en zijn vennoot haar in huis genomen. Het hele weekend heeft ze gezegd dat er niemand van haar houdt, aldus de schipper. Na het weekend is ze naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg gebracht. De schipper en zijn vennoot hebben verklaard dat ze erg met haar te doen hadden. De sms-berichten, waarin ze aangeven van verzoekster te houden, komen voort uit het feit dat verzoekster het gevoel had dat er niemand om haar gaf. De sms-berichten waren bedoeld als een bericht van een vader en een moeder tegen een kind.

De schipper betwist niet dat hij de door de vrouw naar voren gebrachte sms-berichten heeft gestuurd, hoewel hij ze niet allemaal heeft kunnen terugvinden. Als deze sms-berichten echter worden geplaatst in de context van de vele andere sms-berichten die de schipper en de vrouw elkaar hebben gestuurd, wordt volgens de schipper duidelijk dat de vrouw door de sms-berichten niet in haar waardigheid is aangetast en dat er geen sprake is van enige seksuele connotatie. Het waren geen seksueel getinte sms-berichten. De schipper zag zichzelf als een soort vaderfiguur voor verzoekster en was in die hoedanigheid bezorgd om haar. De sms-berichten moeten volgens de schipper in dat licht worden bekeken.

Niet zakelijk

Het College constateert dat de door de schipper gestuurde sms-berichten, binnen een werkverhouding, amicaal en niet zakelijk te noemen zijn. ‘Om de berichten van de schipper te kunnen kwalificeren als seksuele intimidatie, moet echter sprake zijn van een seksuele connotatie en moeten de berichten als doel of gevolg hebben dat de waardigheid van de vrouw wordt aangetast. Mede gelet op de context waarin de berichten zijn verstuurd, is het College van oordeel dat geen sprake is van een seksuele connotatie of een aantasting van de waardigheid van de leerling matroos. Het College oordeelt dan ook dat de sms-berichten geen feiten opleveren die seksuele intimidatie jegens de vrouw kunnen doen vermoeden.’ (Bron: College voor de Rechten van de Mens)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief