Reactie binnenvaart op betaling voor scheepsbedrijfsafval

686


Op 20 februari 2013 hebben Rijkswaterstaat en de SAB een informatiebijeenkomst gehouden over een betaald systeem voor de inzameling van deel C afvalstoffen uit het CDNI (o.a. huisvuil, grof vuil en niet-olie houdend klein chemisch/gevaarlijk afval), wat in de meeste gevallen nu langs de vaarwegen gratis afgegeven kan worden. De brancheorganisaties Koninklijke Schuttevaer, BinnenvaartBrancheUnie en het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB), waren aanwezig bij de informatiebijeenkomst.

afvalDe Nederlandse overheid wil vanaf 1 juli 2013 niet meer voor de kosten van inzameling en verwerking van bovengenoemde afvalstoffen opdraaien. Dit betekent dat de binnenvaartsector zelf de kosten moet gaan opbrengen voor dat wat ze af gaan geven. De locaties die dit betreft zijn de vuilcontainers langs het Amsterdam-Rijnkanaal en de Volkeraksluizen (alleen op de twee buitenste sluismuren), de milieudepots in Nieuwegein en de 24 bilgeboten, waar men naast olie- en vethoudend afval ook huisvuil en KGA kwijt zal kunnen.
Na aanbestedingen door Rijkswaterstaat is de SAB als uitvoerder voor het inzamelen en verwerken van de scheepsafvalstoffen, die in deel C van het CDNI staan, gekozen. Deze stichting gaat verschillende abonnementen aan bieden met een extra chip op de reeds bestaande ECO-card, zodat men de vuilcontainers kan openen en geregistreerd klein chemisch/gevaarlijk afval (KGA) kan afgeven. De chip zelf kan bij de SAB worden aangevraagd, men zit dan nog aan geen enkel abonnement vast.

Wanneer er een abonnement bij de SAB wordt afgesloten, kan men een keuze maken tussen verschillende abonnementsvormen, te weten:
Afgifte van niet-oliehoudend KGA: € 194,- per jaar
Afgifte van niet-oliehoudend KGA en overig scheepsbedrijfsafval (grof vuil en huisvuil): € 579,- per jaar

Hoge bedragen
De brancheorganisaties begrijpen enigszins dat er een kleine bijdrage voor de afgifte van bedrijfsmatig afval en huisvuil gevraagd wordt, maar vinden de genoemde bedragen hoog, zijn niet op de hoogte van gedetailleerde onderbouwing om tot dit bedrag te komen en betreuren dat de branche niet is benaderd door de overheid. Daarbij gaat het niet alleen over de plannen van de overheid met betrekking tot de betaling voor afval maar ook over de afgiftevoorzieningen op bijvoorbeeld de Volkeraksluizen.
De branche maakt zich hard om de afgiftemogelijkheden op de middenkolk van de Volkeraksluizen terug te krijgen, zodat de capaciteit om de vuilniszakken af te kunnen geven hierdoor niet verminderd wordt en het huisvuil ook kan worden afgegeven wanneer men door de middenkolk schut.

Verder gaat de branche een gesprek aan met de Nederlandse overheid om tot een beter betalingssysteem en efficiënter inzamelsysteem te komen, iets waar wij zeker bereid zijn om in mee te denken. Het CBRB wil graag ook transparantie in de opbouw van de voorgestelde tarieven. Waar zijn deze op gebaseerd?
Juridisch gezien wordt er, door de branche, momenteel ook uitgezocht of de Nederlandse overheid wel juist volgens de bepaling van het Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) heeft gehandeld. Zo zijn wij van mening dat de overheid de grenzen van het verdrag heeft opgezocht met betrekking tot artikel 7 van het CDNI, dat de financiering van de inname en verwijdering van overig scheepsbedrijfsafval beschrijft.
CDNI artikel 1 lid e omschrijft overig scheepsbedrijfsafval als volgt: “huishoudelijk afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en klein gevaarlijk afval, bedoeld in deel C van de Uitvoeringsregeling.”
In CDNI artikel 7 lid 1 wordt gezegd: 
“ In havens, bij overslaginstallaties alsmede bij ligplaatsen en sluizen worden voor de inname en verwijdering van huisvuil geen aparte heffingen geheven.”

De Nederlandse overheid is van mening dat er geen aparte heffing op huisvuil is, aangezien huisvuil (volgens CDNI artikel 1 lid e) valt onder overig scheepsbedrijfsafval en de SAB (als uitvoerder van de Nederlandse overheid) een abonnement aanbiedt die geldt voor zowel grof vuil, huisvuil en klein gevaarlijk afval (KGA) en er geen apart abonnement wordt aangeboden voor huisvuil. 
Kort gezegd betekent dit dat de Nederlandse overheid nog net binnen de wettelijke kaders van het Verdrag handelt. Als branche betreuren wij dat de Nederlandse overheid via deze insteek de inname van huisvuil wil laten bekostigen door de binnenvaartsector. 

Tot slot wordt er juridisch gekeken naar de uniforme financieringswijze voor de inname en verwijdering van scheepsafval (conform CDNI artikel 5). Thans is dit wel internationaal geregeld voor de inname van olie- en vethoudend afval (deel A van het CDNI) door middel van de verwijderingsbijdrage van € 7,50 per ingekochte kubieke meter gasolie. De afvalstromen waar in dit communiqué naar gerefereerd wordt vallen echter buiten deel A van het CDNI en kennen nog geen uniform betaalsysteem voor de aangesloten CDNI-landen.
De binnenvaartorganisaties willen verder juridisch uitzoeken of de Nederlandse overheid procedureel juist gehandeld heeft en of het gepresenteerde eenzijdige systeem niet in strijd is met het CDNI.
CBRB, BBU en KSV trekken hierbij gezamenlijk op, om de binnenvaartsector op dit dossier zo goed mogelijk te ondersteunen.

Voor vragen kunt u terecht bij dhr. N. Lurkin van het CBRB (010 7989800), secretaris Veiligheid & Milieu.