Ook schipper moet in nieuw ADN zorgen voor tweede vluchtweg

663

De walinstallatie is in het ADN 2015 niet meer in alle gevallen verplicht een tweede vluchtweg aan te bieden. Een deel van deze verantwoordelijkheid wordt verschoven naar het binnenvaartschip. Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) is hierop tegen omdat de wijziging het veiligheidsniveau aantast bij calamiteiten op een binnenvaartschip en de walinstallatie.

De discussie omtrent vluchtwegen dateert volgens het CBR al vanaf 1999 toen zich een ernstig incident voordeed aan boord van een binnenvaarttanker in Dormagen. ‘De bemanning van de tanker kon niet vluchten via de walinstallatie omdat er slechts één vluchtweg, in het midden van het schip beschikbaar was, waar zich de calamiteit voordeed. Daarna is de wetgeving aangepast en CBRB ziet niets in verbod op dumpvrachten, wel in sloopin het ADN 2003 is de verplichting opgenomen dat een tweede vluchtweg aangeboden moet worden. Omdat het Nederlandse bedrijfsleven (walinstallaties) op die datum nog niet alle aanpassingen had kunnen realiseren, is in de Regeling Vervoer over de Binnenwateren van Gevaarlijke stoffen (VBG) een tijdelijke vrijstelling opgenomen die inhield dat tot 1 juli 2005 kon worden volstaan met een geschikt vluchtmiddel. Na 1 juli 2005 is handhavend opgetreden en werden hoge boetes uitgedeeld omdat het ministerie zeer veel waarde hecht aan een goede en precieze uitvoering van deze regeling.’

Nieuwe discussie
In het wijzigingsvoorstel staat dat de binnenvaart zelf een aantal vluchtmiddelen moet gaan bieden. Dit kan door bijvoorbeeld een waterscherm te hebben, aangewezen Safe Area’s aan boord, dan wel een speciale vluchtboot. Daarnaast is er in het wijzigingsvoorstel opgenomen dat, indien de walinstallatie niet over een tweede vluchtweg beschikt, deze dan door het schip beschikbaar gesteld moet worden. Dit is voor de binnenvaart natuurlijk een ongewenste situatie. Door deze zin op te nemen in de wetgeving is de verwachting dat de walinstallaties niets doen en het schip dus de tweede vluchtweg moet aanbieden. Het nu voorliggende wijzigingsvoorstel is géén stimulans om de meest veilige oplossing te kiezen.’

Veiligheidsplan wal
De mening van het CBRB is de dat de walinstallaties primair verantwoordelijk zijn voor het aanbieden van twee geschikte vluchtmiddelen. ‘Deze vluchtmiddelen moeten ervoor zorgen dat personen aan boord bij een calamiteit kunnen vluchten naar de wal. De walinstallatie heeft een evacuatieplan en daar moet de afgemeerde scheepvaart integraal onderdeel van uitmaken. Deze stelling wordt onder andere ondersteund door het door de overheid gevoerde beleid en door bijvoorbeeld een industrie richtlijn als ISGINTT (International Safety Guide Inland Tankers en Terminals).’

Bovendien is het volgens het CBRB zo dat, wanneer de verantwoordelijkheid van de vluchtwegen wordt afgeschoven op de scheepvaart, er waarschijnlijk geïnvesteerd moet worden door de scheepvaart. De omvang van deze investeringen is nu niet goed inzichtelijk.

Het CBRB blijven zich inspannen om ook op dit punt het veiligheidsniveau bij calamiteiten te waarborgen en te verbeteren. ‘Uitgangspunt is dat de walinstallaties twee vluchtwegen moeten aanbieden en dat de terminals die hier vanaf 2003 in geïnvesteerd hebben ook worden beloond. Het kan en mag niet zo zijn dat er concessies worden gedaan aan het veiligheidsniveau aan de walzijde die bovendien betaald moeten worden door de binnenvaart.’

Schrijf u nu in voor de nieuwsbrief en maak kans op een iPad mini

twitter