‘Onzeker of Hongaarse chauffeurs ooit één euro gaan ontvangen’

108

BREDA – Het is nog maar de vraag of de Hongaarse chauffeurs ooit één euro gaan ontvangen. Als er niet met succes bewarend beslag is gelegd onder de opdrachtgevers van Silo Tank KFT vermoedt mr. Otto Lenselink dat de Hongaarse chauffeurs achter het net vissen.

ottolenselinktimesnew2De rechtbank in ’s-Hertogenbosch wees 8 januari 2015 vonnis in een rechtszaak die tien Hongaarse goederenchauffeurs, op instigatie van FNV Bondgenoten, aanspanden tegen Van den Bosch Transporten uit het Brabantse Erp en tegen haar Hongaarse zustervennootschap Silo Tank KFT*. ‘Gelet op de overwegingen in dit tussenvonnis wordt de Hongaarse onderneming Silo Tank KFT vermoedelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag dat in de tonnen loopt.’

Onvoldoende onderbouwd

De eerste eis van de Hongaarse chauffeurs betrof een verklaring voor recht dat Van den Bosch Transporten heeft te gelden als hun werkgever, werd door de Kantonrechter afgewezen. De stellingen die de chauffeurs aan deze primaire eis ten grondslag legden waren onvoldoende onderbouwd om het feitelijk en formeel werkgeverschap aan te nemen van de Nederlandse transportonderneming Van den Bosch Transporten.

In de tweede plaats eisten de Hongaarse chauffeurs van hun Hongaarse werkgever Silo Tank KFT een loon overeenkomstig de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer. De totale loonclaim bedraagt meer dan een één miljoen euro.

De Kantonrechter achtte zich bevoegd om kennis te nemen van het geschil tussen beide Hongaarse partijen, nu de chauffeurs in de dagvaarding stelden gewoonlijk hun werkzaamheden te hebben uitgevoerd vanuit Nederland.

Detacheringsrichtlijn

Op basis van de Europese Detacheringsrichtlijn, welke in Nederland is geïmplementeerd in de Waga (Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid), oordeelde de Kantonrechter dat de in het land van detachering geldende basisarbeidsvoorwaarden van toepassing zijn, indien deze gunstiger zijn dan de arbeidsvoorwaarden van het (Hongaars) recht dat van toepassing is verklaard op de arbeidsovereenkomst.

Aangezien partijen zich nog in de procedure moeten uitlaten welke onderdelen van de loonvordering dienen te worden beschouwd als basisarbeidsvoorwaarden, ligt het in de lijn der verwachting dat het loon daaronder zal vallen en niet de gevorderde verblijfskosten.

Ook dienen partijen zich nog nader uit te laten over de gevolgen van de loonvordering over de perioden dat CAO voor het Beroepsgoederenvervoer niet algemeen verbindende was verklaard.

* Rechtbank Oost-Brabant, sector kanton, locatie `’s-Hertogenbosch d.d. 8 januari 2015

Voor meer informatie over de gevolgen van de invoering van de Wet Werk en Zekerheid kunt u contact opnemen met mr. Otto Lenselink (olenselink@buntsma.nl of 076 – 5204044).

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief