Noodkreet vanuit de kustvaart

671
Als oplossing voor de financiële problemen stelt Wiertsema-van Dam onder meer een sloopregeling voor Nederlandse schepen voor.

DEN HAAG Het gaat nog steeds niet goed in de kustvaart. Hoe slecht het precies gaat vertelde Elise Wiertsema-van Dam van Van Dam Shipping tijdens het rondetafelgesprek over de vergroening in de kust- en binnenvaart aan de Tweede Kamerleden. ‘We hebben hoge schulden en er is nog steeds geen oplossing in zicht’, verzuchtte ze.

De kosten voor de herhaling van certificaten, de nieuwe eisen die worden gesteld aan het ballastwater en het upgraden en vervangen van de ECDIS kaarten. Het zijn volgens Wiertsema-van Dam allemaal nieuwe maatregelen en regels die de scheepvaart en daarmee de eigenaren krijgen opgelegd. En dat terwijl de kustvaart volgens haar al jaren in zwaar weer verkeert en er economisch voorlopig nog steeds weinig verbetering is te zien en te verwachten.

‘De druk om kosten te besparen neemt daardoor toe’

‘We hebben nog steeds te maken met de naweeën van de crisis en de overcapaciteit. Dat zorgt voor een laag rendement. En omdat er jarenlang is ingeteerd op het eigen vermogen, zijn er weinig reserves. Vanwege de bestaande hoge en langlopende schulden en hypotheken op schepen neemt ook het vertrouwen van investeerders en kredietverleners af. Daardoor is het vinden van nieuwe investeerders voor het verduurzamen van de rederij moeilijk te vinden. En de faillissementen leiden ertoe dat, door de bank verkochte, schepen en motoren voor een prikje worden overgenomen. Mede daardoor blijft de bestaande overcapaciteit in stand, maar vormen de verkochte schepen wel voor oneerlijke concurrentie. De druk om kosten te besparen neemt daardoor toe.’
Als oplossing voor de financiële problemen stelt Wiertsema-van Dam onder meer een sloopregeling voor Nederlandse schepen voor. Ook wil ze meer aandacht en promotie voor vervoer over water. ‘Dat is momenteel één van de schone manieren voor het transport van lading.’

Milieumaatregelen
Maar ondanks de slechte marktomstandigheden in de kustvaart, neemt ook in deze sector de druk toe om milieumaatregelen te nemen om te vergroenen. ‘De milieueisen verhogen de kosten en de administratieve lasten en vragen om nieuwe investeringen. En alles moet gedocumenteerd en gemonitord worden. Een voorbeeld zijn de regels voor ballastwater van de IMO. Ook maakt de klimaatdoelstelling van Parijs het versneld invoeren van nieuwe, schone motoren noodzakelijk. Maar het installeren van de nieuwe generatie hybride motoren op bestaande schepen, is duurder dan de aanschaf van geheel nieuwe schepen met deze techniek. Bovendien komen ook nog eens de oude motoren goedkoop op de markt.’

Vanwege de enorme investeringen die reders volgens Wiertsema-van Dam moeten gaan doen, gaan diverse reders het in de toekomst niet redden. ‘Uiteindelijk gaat dit alles leiden tot minder Nederlandse schepen, een oude vloot en meer buitenlandse zeevarenden. Want reders dienen noodgedwongen op verschillende vlakken te bezuinigen. Daardoor wordt er een andere nationaliteit voor personeel gekozen. Ook er zullen minder investeerders, maar ook kapitein eigenaren, geïnteresseerd zijn om geld en tijd te investeren. En dit zou weer leiden tot minder innovatie op gebied van duurzaamheid in de scheepvaart.’

‘Enorme uitdaging’
Ook Sibrand Hassing van redersvereniging KVNR spreekt van een ‘enorme uitdaging’ voor de reders om aan nieuwe wettelijke eisen te voldoen en de technische innovaties, die ook nog eens niet altijd beschikbaar zijn, aan boord van schepen te kunnen financieren. ‘Naast de mondiale wet- en regelgeving met CO2-reducerende maatregelen, heeft de zeescheepvaart onder andere te maken met steeds strenger wordende regels omtrent de uitstoot van zwavel- en stikstofoxiden en het behandelen van invasieve organismen die in ballastwatertanks voorkomen.’

Om zeeschepen sneller te kunnen vergroenen en uiteindelijk de omslag te kunnen maken naar emissieloos varen, moeten volgens de KVNR partijen in en rondom de zeescheepvaart veel nauwer samenwerken en meer verantwoordelijkheid nemen. Zo moeten financiële instellingen samen met reders, scheepsbouwers en de overheid nieuwe vormen van financiering ontwerpen zodat de bestaande knelpunten bij de verduurzaming van de zeescheepvaart worden weggenomen. Ladingeigenaren en verladers zouden op hun beurt door het vaker afsluiten van langetermijncontracten meer zekerheid aan reders kunnen bieden om investeringen te doen in ‘groenere’ technieken en innovaties. En de Nederlandse overheid moet naast het maken van beleid op mondiaal niveau ook heel goed kijken naar de uitvoering en handhaafbaarheid van nieuwe (milieu)regels voor de zeescheepvaart. ‘Freeriders’ die de milieuregels bewust niet naleven moeten effectief worden aangepakt, zodat reders die zich wel aan de regels houden en daarin geïnvesteerd hebben niet worden gestraft. Ook moet de overheid ‘frontrunners’ beter faciliteren onder meer door nieuwe regelgeving voor nieuwe innovaties zo snel mogelijk te implementeren. Een goed voorbeeld hiervan is volgens de redersvereniging de uitrol van LNG als scheepsbrandstof.