Nieuwe ketenbrede binnenvaartorganisatie BLN in voorjaar

681

De binnenvaartorganisaties Binnenvaart Branche Unie, Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en Koninklijke Schuttevaer willen in het voorjaar overeenstemming bereiken over de nieuwe ketenbrede organisatie Binnenvaart Logistiek Nederland (BLN). Dat heeft minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu de Tweede Kamer laten weten.

Nieuwe ketenbrede binnenvaartorganisatie BLN in voorjaarNa het bereiken van overeenstemming is het volgens Schultz het doel dat de nieuwe organisatie vanaf 2014 als juridische entiteit verder gaat. ‘Maar daarbinnen blijft ruimte bestaan voor de eigen identiteit van de samenstellende delen. Partijen hebben aangegeven om reeds in de eerste helft van 2013 te willen komen tot een integratie van bureauactiviteiten. Het ligt daarbij uit oogpunt van doelmatigheid en effectiviteit in de rede om er naar te streven binnen de nieuwe governancestructuur ook Bureau Voorlichting Binnenvaart, Bureau Telematica Binnenvaart en het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart op te nemen.’

Schultz zegt veel belang te hechten aan de bundeling van krachten in de binnenvaart. ‘Dit naar aanleiding van het advies van de Binnenvaartambassadeur, die in zijn rapport stelde dat het essentieel is dat de organisatie van de binnenvaartsector verbetert en dat de structuur verandert. Hierdoor kan het potentieel van de binnenvaartsector beter worden benut en is de sector beter bestand tegen conjuncturele tegenslag. Het belang van deze structuurversterking heeft in het afgelopen jaar alleen maar meer urgentie gekregen.’

Aan het samengaan van de drie organisaties is volgens Schultz de afgelopen periode binnen het Transitiecomité Binnenvaart hard gewerkt. Onder leiding van Arie Kraaijeveld hebben de betrokken partijen inmiddels met elkaar de contouren bepaald van BLN. Om ook daadwerkelijk tot zo’n nieuwe organisatie te komen moet uiteraard  een groot aantal vraagstukken, van soms heel praktische aard, opgelost worden. Dit is met name geen eenvoudig proces, omdat de drie samenstellende organisaties op diverse punten wezenlijk anders in elkaar zitten. Zo is een financiële risicoanalyse uitgevoerd, is gewerkt aan nieuwe statuten, is gesproken over stemverhoudingen en contributieregelingen, en is een concept integratieovereenkomst opgesteld. Ik ben verheugd te horen dat over veel van de vraagstukken inmiddels overeenstemming is bereikt en werkbare oplossingen zijn uitgewerkt. Ik reken er op dat de betrokken partijen ook de laatste hobbels voortvarend weten weg te nemen.’