Nederland tegen Europese voorstellen marktopening spoor

328

Nederland wil zelf kunnen blijven kiezen tussen onderhandse gunning of aanbesteding van het hoofdrailnet. Dat schrijft staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer in een reactie op het vierde EU-spoorpakket.

De Europese Commissie presenteerde begin dit jaar het vierde spoorpakket. Het pakket bestaat uit voorstellen voor Europese wet- en regelgeving. Het gaat hierbij om techniek, voorstellen over interoperabiliteit, spoorwegveiligheid en het Europees spooragentschap), de onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder en voorstellen over de opening van de binnenlandse markt voor vervoer per spoor.

Negatieve effecten
Volgens het Nederlandse kabinet bestaat er een groot risico dat de voorstellen, vooral tijdens de transitiefase, negatieve effecten voor reiziger en verlader met zich mee brengen wat betreft kwaliteit, betrouwbaarheid en Mansveld onderzoekt mogelijkheden Calandbrugefficiency van het spoorsysteem. ‘Dit is niet in lijn met het kabinetsbeleid zoals geformuleerd in de Spooragenda die inzet op een kwaliteitsverbetering. Deze transitienadelen zouden uiteindelijk moeten worden goedgemaakt door de efficiency- en kwaliteitswinsten van marktopening die de Europese Commissie voorspelt. Het kabinet is er niet van overtuigd dat de uitkomst per saldo positief uitpakt.’

Niet enige route
Verder ziet het kabinet, gelet op de specifieke eigenschappen van het Hoofdrailnet (HRN) en de huidige prestaties van het Nederlandse spoorsysteem in relatie tot andere Europese landen, het verplicht openstellen van de markt niet als enige route om de kwaliteit en efficiency van het spoor te verbeteren. ‘Ook wegen de mogelijke financiële (verdeel-)effecten in de vorm van operationele meerkosten en financiële risico’s voor huidige vervoerders en het Rijk alsmede het ontbreken van een level playing field in de Europese spoormarkt voor het kabinet zwaar. De aan aanbesteding toe te schrijven efficiencyvoordelen zouden moeten opwegen tegen de onzekerheden over de operationele meerkosten en financiële risico’s in de transitiefase.’

Like-minded
De Nederlandse inzet is gericht op het creëren van (minimaal) een blokkerende minderheid. De Nederlandse bezwaren en noodzakelijke aanpassingen zullen in het overleg met like-minded landen worden ingebracht en afgetast zal worden waar eventuele coalities te smeden zijn. Mocht zich geen blokkerende minderheid aftekenen – wat niet mag worden uitgesloten –, dan is in dat geval het Nederlandse belang het meeste gediend om via een actieve opstelling in de EU- onderhandelingen te trachten de voorstellen aan de Nederlandse wensen aan te passen.

Punten
Voor Nederland zullen onder meer de volgende punten van belang zijn bij de komende onderhandelingen over de voorstellen over markttoegang:
•  Verlengen van de overgangstermijn voor verplichte aanbesteding, zodanig dat een gefaseerde invoering na 2025 (einddatum HRN concessie) mogelijk is;
•  Creëren van een level playing field tussen private en publieke vervoerders en tussen geïntegreerde en niet-geïntegreerde vervoersondernemingen in Europa. Dit blijft in alle gevallen een belangrijke voorwaarde. Een mogelijke manier om dit te waarborgen, is (conform de voorstellen van de Europese Commissie) dat partijen die een oneigenlijk voordeel hebben door de aanbestedende overheid geweigerd kunnen worden in een aanbestedingsronde. Op die manier wordt geborgd dat er ook op de langere termijn genoeg partijen zijn die in onderlinge concurrentie bieden op een concessie;
•  Lidstaten blijven de mogelijkheid houden voor onderhandse gunning;
•  Creëren van flexibiliteit bij het bepalen van de optimale kavelomvang.
Gezien de vervoerskundige samenhang in het netwerk en de vervoerskundige prestaties, efficiency en transitiekosten is de arbitraire opsplitsing van het HRN zoals voorgesteld door Europese Commissie voor Nederland niet gewenst. De arbitraire driedeling van reizigerskilometers die in elk land anders uitvalt houdt geen rekening met de grote verschillen tussen de spoormarkten in verschillende landen. Bij de kavelindeling zal ook gekeken moeten worden naar het creëren van voldoende marktspanning tussen vervoersbedrijven;
•  Voorwaarden van concurrentie op het spoor moeten zodanig zijn dat de financiële risico’s (zoals te lage opbrengsten uit de concessie vanwege beperkte marktwerking) voor de overheid als concessieverlener beperkt zijn en er geen suboptimaal gebruik ontstaat van het spoornetwerk.

Schrijf u nu in voor de nieuwsbrief en maak kans op een iPad mini

twitter