Ministers vinden omvlaggen vanwege arbeidsvoorwaarden social dumping

63
‘Ik alleen vaststellen dat Maersk de keuze maakt om deze schepen niet meer onder de Nederlandse vlag te laten varen’, schrijft minister Van Nieuwenhuizen. (Foto ministerie Infrastructuur en Waterstaat)

DEN HAAG Indien een rederij ervoor kiest om te vlaggen om daarmee te besparen op de arbeidskosten en sociale lasten en daarmee internationale regels te ontduiken, is sprake van social dumping. De ministers Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijven dit als antwoord op de Kamervragen van de SP over het bericht dat Maersk 24 Nederlandse werknemers op straat zet.

De ministers willen met hun antwoord niet suggereren dat in het geval van Maersk hier sprake van is. ‘Ik alleen vaststellen dat Maersk de keuze maakt om deze schepen niet meer onder de Nederlandse vlag te laten varen’, schrijft minister Van Nieuwenhuizen. ‘Ik betreur dat Maersk deze schepen uit het Nederlandse register heeft gehaald. Nederlandse zeevarenden zijn van belang voor het maritieme cluster. Ik heb begrepen dat het interne overwegingen van Maersk waren, die tot het omvlaggen hebben geleid. Maersk heeft het aantal vlaggen teruggebracht en als Deens bedrijf daarbij gekozen voor één Europese vlag (de Deense ‘moeder’ vlag) en één of twee niet Europese vlaggen. Aangezien het hier om individueel bedrijfsbeleid gaat, is het niet aan mij om een oordeel over deze keuze te vormen.’

Regelgeving
In de zeevaart is het een gegeven dat de vlaggenstaat maatgevend is voor de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van de zeevarenden aan boord van de schepen. Er is internationale regelgeving op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voor zeevarenden, zoals vastgelegd in het Maritiem Arbeidsverdrag (MAV) 2006. Het is volgens Van Nieuwenhuizen de verantwoordelijkheid van de verdragspartijen om het verdrag te implementeren in nationale wetgeving en hierop toezicht uit te oefenen en te handhaven ten aanzien van de schepen die onder hun rechtsbevoegdheid vallen.

Interne aangelegenheid
De Tweede Kamerleden Cem Lacin en Bart van Kent wilden ook van de ministers weten of ze op de hoogte zijn van het gentlemen’s agreement uit 2011 die de arbeidsplaatsen van deze werknemers zou moeten beschermen en of ze contact met Maersk willen opnemen om een oplossing te vinden voor de 24 Nederlandse werknemers. Van Nieuwenhuizen meldt te begrijpen dat dit een agreement is tussen vakbond Nautilus International en Maersk. ‘Over de status en het juridische bindend zijn van de afspraak kan ik geen uitspraak doen.’ Ook vinden de ministers het niet aan hun om in interne aangelegenheden van Maersk te treden. ‘Vakbond Nautilus International steunt deze zeevarenden in hun verzoek aan de aandeelhouders van dit Deense bedrijf. Het is aan werkgever en werknemer om tot een oplossing te komen.’