Minister wil standaardprocedure hardheidsclausule CCR

567

Minister Schultz van Infrastructuur en Milieu is bereid een voorstel te ontwikkelen voor een werkbare en begrijpelijke standaardprocedure voor toepassing van de hardheidsclausule in de CCR. Een dergelijke standaardprocedure bestaat nu nog niet. Aan de mogelijkheden voor een nationaal plafond bij de toepassing van de hardheidsclausule twijfelt de minister.

ccr‘Het is Nederland niet toegestaan een eigen plafond te hanteren bij het verstrekken van CCR certificaten’, schrijft de minister. ‘Hooguit zou Nederland een eigen plafond kunnen hanteren bij aanvragen voor de reguliere hardheidsclausule. Dergelijke aanvragen dienen echter per individueel geval door de CCR op basis van unanimiteit beoordeeld te worden. Of de andere lidstaten daarbij bereid zijn ten principale een door Nederland gehanteerd plafond te accepteren, valt zeer te betwijfelen. Ook in dit geval is Nederland dus afhankelijk van unanieme steun in de CCR.’

Kleine schepen
De minister ging ook in op de de gevolgen van de CCR overgangsbepalingen voor met name de kleinere schepen. ‘Uit onderzoek dat ik in 2011 heb laten uitvoeren is gebleken dat schepen van vóór respectievelijk 1976 en 1995 tussen nu en 2041 op onderdelen flink moeten investeren om aan de technische regelgeving voor binnenvaartschepen te blijven voldoen. Met name de bepalingen die in 2035 van kracht worden, vragen grote investeringen. Alhoewel de overgangsbepalingen voor alle binnenvaartschepen gelden, zullen de benodigde investeringen voor (oude) kleinere schepen veelal moeilijker te dragen zijn. Daarom span ik mij maximaal in om binnen de CCR werkbare alternatieven te onderzoeken voor die overgangsbepalingen, die mogelijk tot hoge nalevingskosten leiden. Daarbij wil ik ook kijken naar bijvoorbeeld de mogelijkheid van uitzonderingen voor familiebedrijven zonder personeel. Daarvoor heb ik wel de unanieme steun van de andere CCR landen nodig.’