Minister wacht op plan van aanpak crisis binnenvaart

606

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur zit te wachten op voorstellen van het Transitiecomité Binnenvaart voor de aanpak van de crisis in de binnenvaart. In november gaf de minister al aan bereid te zijn nogmaals de korte termijn mogelijkheden van een crisisaanpak in de binnenvaart te willen verkennen.  

‘Ik heb toen aangegeven niet optimistisch te zijn. In 2009 en 2010 heeft de sector, samen met mijn ministerie, immers ook al diverse pogingen ondernomen om tot korte termijn maatregelen te komen. Zo heeft de sector in 2009 een oplegregeling uitgewerkt met als doel schepen tijdelijk aan de kant te  leggen in afwachting van betere tijden. Deze regeling werd door de NMa Minister wacht op plan van aanpak crisis binnenvaartechter strijdig geacht met mededingingswetgeving. Ook heeft mijn voorganger in 2009 de Europese Commissie verzocht de crisis in de binnenvaart uit te roepen. De Commissie heeft toen geen gevolg gegeven aan het Nederlandse verzoek omdat er volgens haar geen sprake was van een ernstige verstoring van de markt. De Commissie oordeelde dat de crisis primair conjunctureel van aard was en niet specifiek voor de binnenvaart. Geen enkele andere lidstaat steunde dan ook het Nederlandse verzoek.’

In 2010 heeft daarop de Binnenvaartambassadeur, in samenspraak met een groot aantal spelers uit de sector, een uitgebreide verkenning gedaan van mogelijkheden om op korte termijn de effecten van de crisis op de binnenvaart aan te pakken. Volgens Schultz luidde zijn conclusie dat er geen opties zijn die:
– Op korte termijn effectief zijn;
– Kunnen rekenen op voldoende draagvlak bij alle sleutelspelers;
– Passen binnen de kaders van Europese en nationale mededingingsregels.

‘De Binnenvaartambassadeur heeft daarop voorgesteld de aandacht vooral te richten op structuurversterking van de binnenvaartsector voor de langere termijn, opdat de sector haar potentieel beter weet te benutten en weerbaarder wordt tegen economische tegenslag. Om aan die structuurversterking invulling te geven is begin 2011 het Transitiecomité Binnenvaart opgericht.’
Schultz zegt ondanks dit advies begrip te hebben voor de moeilijke financiële situatie waarin menige binnenvaartondernemer zich thans bevindt. ‘Daarom heb ik de sector uitgenodigd nogmaals met concrete voorstellen te komen. Ik ben van mening dat het initiatief voor een korte termijn aanpak van de huidige overcapaciteit in de binnenvaart bij de sector zelf ligt. De binnenvaartsector staat na afstemming met andere betrokken partijen (incl. verladers en financiers) ook voor de opgave te toetsen of initiatieven verenigbaar zijn met het mededingingsrecht. De formele beoordeling van initiatieven is tenslotte aan de mededingingsautoriteiten: de NMa op nationaal en de Europese Commissie op Europees niveau.’

Schultz benadrukt dat voorstellen alleen kans van slagen hebben als deze aan de drie door de Binnenvaartambassadeur genoemde criteria voldoen. ‘Dat wil zeggen  dat voorstellen op korte termijn effect moeten hebben, op breed draagvlak onder alle relevante partijen moeten kunnen rekenen en mededingingsrechtelijk passend zijn. Gezien het benodigde brede draagvlak heb ik de uitnodiging met name gericht aan het Transitiecomité Binnenvaart. Een nieuw en uitgewerkt voorstel heb ik nog niet mogen ontvangen. Naar ik heb begrepen wordt hieraan momenteel nog binnen het Transitiecomité gewerkt.’

Schultz kreeg al wel van enkele individuele partijen uit de binnenvaartsector, alsmede van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV), voorstellen toegezonden. ‘In het bijzonder wordt door de ASV gevraagd om de introductie van bodemtarieven en een door de overheid te bekostigen oplegregeling om tijdelijk overcapaciteit uit de markt te halen. Beide voorstellen acht ik niet wenselijk en passen naar mijn oordeel niet binnen de bovengenoemde drie criteria.’