Minister Schultz wil vanaf 2017 meer vrijstellingen loodsplicht

735

Minister Schultz wil dat vanaf 2017 minder schepen verplicht een loods nodig hebben als ze een van de Nederlandse zeehavens aandoen. Zij schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer over de herziening van de loodsplicht.

Volgens Schultz is de loodsplicht een unique selling point in een sterk concurrerend speelveld om het bijdraagt aan de veiligheid van de Nederlandse zeehavens. ‘Maar aan loodsassistentie hangt tegelijkertijd een prijskaartje. Het is daarom van belang dat de loodsplicht alleen wordt opgelegd wanneer het nodig is. Ik formuleer vijf voorstellen die de loodsplicht op dit punt verbeteren.’

De loodsplichtgrenzen

Het eerste voorstel betreft de aanpassing van de loodsplichtgrenzen. ‘Deze grenzen wil ik verruimen voor zover dat vanuit veiligheidsoogpunt verantwoord is. Het resultaat levert voor een groter deel van de scheepvaart een vrijstelling van de loodsplicht op. Het effect daarvan kan van groot belang zijn voor het deel van de Minister: ‘Geen pot geld voor beperken wachttijden sluizen’scheepvaart waarvoor de loodskosten een substantieel deel van de havenaanloopkosten uitmaken. De eerdere herzieningen tonen aan dat het effect op het totaal aantal beloodsingen evenwel beperkt is. Veel kapiteins blijven, ook als dat niet langer verplicht is, vrijwillig van loodsassistentie gebruik maken.’

De ontheffingeisen

Het tweede voorstel betreft de aanpassing van de ontheffingeisen. Deze ontheffingeisen moeten de rijkshavenmeester in staat stellen een gedegen risicobeoordeling uit te voeren voorafgaand aan iedere ontheffingverlening. ‘Dit betekent dat in ieder geval eisen dienen te worden gesteld aan de kennis en ervaring van de kapitein en bemanning en de uitrusting en eigenschappen van het schip. In de afweging of loodsassistentie achterwege kan blijven moet de rijkshavenmeester tevens rekening kunnen houden met specifieke regionale omstandigheden. Ofwel, een ontheffing zal betrekking hebben op de combinatie van persoon, schip en vaartraject. Het resultaat stelt zeker dat iedere kapitein met een ontheffing bekend is en tevens beoordeeld.’

Om tegelijkertijd de ontheffingen bereikbaar te maken voor een breder segment schepen wil Schultz opeenvolgende lengteklassen invoeren. Per lengteklasse is dan een ontheffingsmogelijkheid beschikbaar. De zwaarte van de ontheffingeisen nemen per opeenvolgende lengteklasse toe.

Overgang en intrekken

Het derde voorstel betreft de omgang met de kapiteins die thans in het bezit zijn van een ontheffing en de overgang naar het nieuwe ontheffingstelsel. Deze kapiteins wil Schultz naadloos in het nieuwe stelsel laten opgaan. ‘Ik voorzie dat dit zonder moeite gaat voor de kapiteins die op grond van het Loodsplichtbesluit 1995 of het Besluit verklaringhouders scheepvaartverkeerswet een ontheffing hebben gekregen van de rijkshavenmeester. Deze kapiteins zijn bekend en beoordeeld.

Voor de kapiteins die een ontheffing hebben omdat hun schip is opgenomen in het Register Loodsplicht Kleine Zeeschepen is de situatie een andere. De ontheffingeisen richten zich namelijk alleen op de vergelijkbaarheid van het schip met een binnenvaartschip. Naar de huidige maatstaven is dit geen deugdelijke risicobeoordeling. Dit is Rederijen gaan 5,5 miljoen minder voor loods betalentegelijkertijd de reden dat ik het Register wil intrekken en laten opgaan in de voorgestelde PEC structuur.’

Het ontbreken van een deugdelijke risicobeoordeling was bij de invoering van het Register in 1995 een aanvaardbaar risico. De beoogde doelgroep van kapiteins was bij de rijkshavenmeesters bekend. ‘Dit is echter niet langer het geval. Een deel van de schepen is namelijk doorverkocht terwijl de ontheffing, die aan een schip een niet aan een kapitein is verleend, blijvend is. Daarbij komt dat de ontheffing in alle zeehavengebieden  geldt en de Rijkshavenmeester geen eisen kan stellen om te beoordelen of kapiteins van betreffende schepen bekend zijn met de regionale omstandigheden.’

De kapiteins van Registerschepen zullen in het nieuwe ontheffingstelsel niet altijd aan de eisen voor het behoud van de verkregen PEC kunnen voldoen. Voor een naadloze overgang wil Schultz daarom dat er een billijke overgangsregeling wordt getroffen waarbij rekening wordt gehouden met de opgedane ervaring van kapiteins van Registerschepen.

LNG-bunkerschepen

Het vierde voorstel betreft zeewaardige LNG-bunkerschepen die in de nabije toekomst in de vaart worden genomen. Schultz wil de mogelijkheden verkennen deze schepen te ontheffen van de loodsplicht binnen het havengebied. ‘Omdat deze schepen hoofdzakelijk binnen het havengebied actief zijn lijkt het uit veiligheidsoogpunt niet noodzakelijk deze schepen altijd te verplichten van loodsassistentie gebruik te maken. Vanwege de LNG-lading sluit de huidige loodsplichtwetgeving iedere ontheffingsmogelijkheid uit.’

Opschonen wetgeving

Het vijfde voorstel betreft de aanpassing van de Scheepvaartverkeerswet en onderliggende wetgeving. ‘Ik wil schoon schip maken in de bestaande complexe wetgeving over de loodsplicht. Dit betreft de wetgeving over de verschillende ontheffingsmogelijkheden. De aanpassing van de wetgeving pak ik parallel op aan de uitwerking van de hierboven genoemde voorstellen door de rijkshavenmeesters. De aangepaste wetgeving vormt een landelijk uniform kader; de ontheffingeisen zijn in alle zeehavengebieden hetzelfde. Tegelijkertijd biedt het kader de rijkshavenmeesters ruimte voor een regionale invulling. De eisen zijn daarnaast zodanig geformuleerd dat de rijkshavenmeesters in elk afzonder geval een afgewogen en onderbouwde beslissing kan nemen.’ (Bron: Tweede Kamer)

Meer nieuws over loodsen
Minister wil dat Vlaamse loodsen alsnog 7,9 miljoen euro betalen
Loodswezen neemt alternatief plaatsbepalingsysteem in gebruik
Loodsgeldtarieven stijgen in 2014 met ruim één procent

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief