Ministers relativeren brandstofzwendel

760
Hoewel minister Ferdinand Grapperhaus van Veiligheid en Justitie en minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat de brandstofzwendel relativeren, zijn de onderzoeken waarmee onder andere meer inzicht wordt verkregen in de herkomst en samenstelling van de scheepsbrandstoffen nog niet afgerond. (Foto ministerie Veiligheid en Justitie)

DEN HAAG De zwendel met brandstoffen waarbij chemische afvalstoffen door stookolie worden gemengd is geen groot gifschandaal. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en minister Ferdinand Grapperhaus van Veiligheid en Justitie herkennen zich dan ook niet in berichtgeving dat ‘de brandstofzwendel erger is dan de eiercrisis’.

Een team van Zeehavenpolitie en Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) nam eind september tijdens de actie ‘Zwarte Stromen’ ladingmonsters van tientallen stookolie vervoerende binnenvaartankers. In Duitsland controleerde de politie tankers op de Weser tussen Bremen en Bremerhaven.’ Doel was met chemisch afval aangelengde stookolie op te sporen. Tweede Kamerlid Martijn van Helvert (CDA) stelde Kamervragen over de mogelijke brandstofzwendel.

Niet afgerond
Hoewel de ministers de brandstofzwendel dus relativeren, zijn de onderzoeken waarmee onder andere meer inzicht wordt verkregen in de herkomst en samenstelling van de scheepsbrandstoffen nog niet afgerond. Zo is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is nog steeds bezig met een onderzoek naar de herkomst en kwaliteit van chemische (rest)stromen die worden gebruikt bij het ‘blenden’ van zowel stookolie voor zeeschepen als benzine of diesel voor de Afrikaanse markt. De ILT analyseert hiervoor informatie die is gevorderd van terminals. De resultaten van het onderzoek zijn naar verwachting in de eerste helft van 2018 bekend.

Directeur Erik de Vries van NOVE, de brancheorganisatie voor de brandstofhandelaren, pleit al langere tijd voor scherpere regels voor bunkerolie en stuurde jaren geleden al een lijst met specificaties voor stookolie en een zwarte lijst met verboden componenten naar de overheid. Daar is volgens De Vries nog weinig uitgekomen.

Eind 2018
Minister Van Nieuwenhuizen zegt zich zowel nationaal als internationaal in te zetten om te komen tot een lijst van ongewenste stoffen in stookolie. ‘Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid de afgelopen jaren overleg gevoerd met de relevante organisaties in de stookoliesector om te komen tot een

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. (Foto ministerie Infrastructuur en Waterstaat)

lijst van ongewenste stoffen in stookolie. Samen met overheden en stakeholders in Nederland, België en Duitsland wordt onderzocht of en hoe de lijst ongewenste stoffen opgenomen kan worden in kwaliteitsrichtlijnen voor brandstofleveranciers. De resultaten worden ingebracht in lopend overleg over kwaliteitsrichtlijnen voor scheepsbrandstoffen binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). De eerste resultaten uit dit IMO-overleg worden eind 2018 verwacht.

Van Nieuwenhuizen ontkent dat de zwarte lijst ondanks aandringen van de Tweede Kamer al jaren wordt uitgesteld. ‘Er is geen sprake van uitstel. Alleen in Nederland extra strenge regels stellen biedt geen oplossing voor de internationale problematiek omtrent kwaliteit van scheepsbrandstoffen. Eventuele praktijken van ongewenste bijmenging zouden zich verplaatsen naar andere landen. Om die reden wordt gestreefd naar een internationaal gelijk speelveld en naar verdergaande verduidelijking van de internationale kwaliteitseisen voor scheepsbrandstoffen.’

‘Lijst niet echt nodig’
Volgens de minister is een zwarte lijst met ongewenste stoffen overigens wel makkelijk bij de handhaving, maar niet strikt noodzakelijk. Want de lijst heeft geen formele juridische status. Voor de handhaving door ILT is de wet namelijk het formele toetskader. Hierin staat onder meer dat afvalstoffen niet mogen worden toegepast bij het blenden van brandstof en dat voor de meeste van deze stoffen onder meer de aard en samenstelling van de stof beschreven moet zijn.

Van Nieuwenhuizen meldt wel dat een zwarte lijst ondersteunend kan zijn voor de handhaving. ‘Als namelijk blijkt dat een stof die op de lijst staat is gemengd in een scheepsbrandstof, is dit een aanwijzing dat een afvalstof is bijgemengd, of in elk geval een stof die niet als scheepsbrandstof is geregistreerd.’