Minister kijkt opnieuw naar stikstof-emissiebeheersgebied

624

Minister Schultz gaat kijken of een stikstof-emissiebeheersgebied voor de Noordzee op dit moment opportuun is. Schultz zei op de jaarvergadering van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) dat ze daarmee in overleg is met andere Noordzeelanden.

Schultz vindt een schone, veilige, en rendabele Nederlandse zeevloot de belangrijkste ambitie. ‘En daarom moet de Nederlandse vloot zo snel mogelijk weer in de top 10 staan van de Paris MoU Port State Control ranglijst. Helaas zijn we nu op plek 15, dat is goed beschouwd helemaal niet slecht. Maar we zijn aan onze stand verplicht om in het linkerrijtje te staan. En voor wat de milieuprestatie van de zeevaart: Ik weet dat u die ook wilt verbeteren. En wil er ook bij zeggen dat ik me realiseer dat het qua timing lastig is dat juist nu in deze economisch slechte tijd, veel internationale milieuafspraken binnenkort in werking treden.’

Minister: ‘Geen pot geld voor beperken wachttijden sluizen’Minder overheid
Schultz wil wel af van overheidsbemoeienis. Volgens haar kan Nederland niet zonder een ambitieuze zeescheepvaart, maar ze wil er niet meer teveel geld aan uitgeven. ‘Ik wil heel graag mijn steentje bijdragen om de ambities waar te maken. Maar ik zeg daar één ding bij. De rol van de overheid is wel een andere dan in het verleden. Ik geloof vooral in de eigen kracht van de sector, niet in steun via starre subsidieprogramma’s. Daarom is mijn ambitie bovenal: gunstige randvoorwaarden scheppen, nationaal en internationaal.’

Zorgen
Stichting Nederland Maritiem Land stuurde de minister vorige maand een brief waarin ze haar zorgen uitte over de gevolgen van een krimpende overheid. ‘Ik ben niet blind voor die zorgen. Een krimpende overheid mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van ons maritiem cluster en de manier waarop we ons internationaal positioneren. We moeten kijken hoe dit beter kan. Daarom lichten we het zeevaartbeleid door en maken we een nieuwe strategie voor de zeehavens, de binnenvaart en ook de zeevaart.’

De minister zei in gesprek met de sector te willen om de rollen en werkwijzen nader te bepalen. ‘Het gaat erom dat we op een slimme manier onze krachten bundelen om te werken aan een sterk maritiem cluster dat sterk uit de economische crisis komt. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat uw sector zware klappen heeft gehad door de crisis. Te veel schepen en te weinig lading zorgen voor lage vrachttarieven. Daarom is het goed om te constateren dat het maritiem cluster veerkracht heeft. Steeds meer ondernemingen richten zich op internationale omzet en zetten dochterondernemingen op in het buitenland. Gelukkig zien we ook dat veel buitenlandse maritieme bedrijven zich meer in Nederland vestigen. Ik wil er met u alles aan doen om die veerkracht te vergroten en daarom is het goed om gezamenlijk ambities uit te spreken en ze waar te maken.’

Ambities en prioriteiten
De minister wil zorgen voor het behoud van het level playing field voor de Europese zeevaart. ‘Bijvoorbeeld bij de staatssteun. De Europese Commissie denkt aan een herziening van de richtsnoeren. Het gaat hierbij vooral om loonfaciliteiten en tonnagebelasting. Ik wil daar helder over zijn. Voor het voortbestaan van maritieme bedrijvigheid in Europa is het noodzakelijk om de huidige mogelijkheden tot ondersteuning te handhaven. Ze stellen de Europese vloot in staat om wereldwijd te concurreren, houden Europese zeevarenden beter betaalbaar en maken dat Europa aantrekkelijk blijft als vestigingslocatie voor reders. Ze voorkomen dat scheepvaartondernemingen zich vestigen in snel groeiende scheepvaartsectoren elders in de wereld, zoals Hong Kong en Singapore. Ze stimuleren een gezond economisch ondernemingsklimaat en ze houden geen verlieslijdende bedrijven in stand. Daarom is tenminste handhaving van de huidige richtsnoeren mijn ambitie.’

Nieuwe verdragen
Het tweede punt heeft ook te maken met behoud van het level playing field. Het gaat om de noodzaak dat Nederland op tijd voldoet aan nieuwe internationale verdragen.
Bijvoorbeeld de verdragen voor arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden en kwaliteit van opleiding van zeevarenden. ‘Ik heb het over het Maritiem Arbeidsverdrag of Maritime Labour Convention, en de Manilla wijzigingen van het STCW verdrag. Verdragen met een sociaal doel, maar ook met een economisch effect omdat ze invloed hebben op het hele internationale speelveld omdat het bijvoorbeeld gaat om extra inspectieverplichtingen en certificeringen.  Er is hard gewerkt aan de invoering in de Nederlandse regelgeving. Gelukkig gebeurt dit in goede samenwerking met de sector en de sociale partners. Met het MLC gaat het heel goed en met de invoering van de Manilla-wijzigingen zijn we nog hard bezig. We mogen er trots op zijn dat het overgrote deel van onze Nederlandse schepen momenteel beschikt over het MLC-certificaat.’

Innovatie en ruimte
Een andere prioriteit van de minister is het stimuleren van innovaties. ‘Ruimte geven in de regelgeving staat wat mij betreft voorop. Niet tot in detail voorschrijven wat de sector moet doen, maar het resultaat voorop stellen door zogeheten ‘doelregelgeving’. Ik wil u vrijheid geven bij de invulling van de regels. Dat is ook mijn inzet internationaal. Een voorbeeld daarvan is mijn inzet bij het vaststellen van CO2-reducerende maatregelen in IMO-verband. Nederland heeft daar gepleit voor een systeem dat u die ruimte laat. De Energy Efficiency Design Index die in 2015 van kracht wordt, geeft wèl aan hoeveel minder CO2 een schip moet uitstoten. Maar hij schrijft niet voor hoe u die reductie dient te bereiken.’

Schrijf u nu in voor de nieuwsbrief en maak kans op een iPad mini

twitter