KNV vindt prioriteitsverlaging spoorgoederenvervoer roekeloos

460

Het spoorgoederenvervoer dreigt op het Nederlandse spoor de laagste prioriteit te krijgen. Een riskante beslissing, meent Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), vertegenwoordiger van de spoorgoederensector.

De onlangs gepresenteerde Lange Termijn Spooragenda waarschuwde er al voor dat vanwege het doorzetten van de groei van het aantal reizigers de komende jaren het huidige spoorsysteem de grenzen van haar capaciteit. Momenteel wordt door het kabinet een wijziging van het Besluit Distri Rail begint hoogfrequente spoordienst R’dam- DuisburgCapaciteitsverdeling voor het spoornetwerk voorbereid. De oplossing voor het vraagstuk van het druk belaste Nederlandse spoor wordt gezocht in het aanpassen van de prioriteitsregels.

In tegenspraak

Het railgoederenvervoer eenvoudigweg een lagere prioriteit geven is volgens KNV een ontkenning van het belang van transport voor Nederland distributieland. ‘Te verwachten valt dat als goederenvervoerders voor hun ritten ruimte krijgen op ongunstige tijdstippen, het spoor voor deze klanten haar aantrekkingskracht verliest. Opmerkelijk genoeg zijn de gevolgen van de prioriteitswijziging volledig in tegenspraak met het eind maart afgehamerde visiestuk van staatssecretaris Mansveld, de Lange Termijn Spoor Agenda. Daarin wordt juist het economische belang van de milieuvriendelijke vervoersvorm erkend, en gesteld dat het goederenvervoer op het spoor voldoende ruimte moet krijgen.

Geen onderbouwing

De afwezigheid van enige economische onderbouwing van de gevolgen van dit ontwerp-Besluit wekt verbazing en is verontrustend, vindt KNV directeur Ad Toet. ‘Bij dergelijke aanpassingen in de wetgeving hoort een impact assessment. Een verregaande beslissing nemen zonder te weten welke consequenties het zal hebben, is roekeloos.’

mansveldDe spoorgoederensector dringt aan op een hogere prioritering bij de toekenning van ruimte op het spoor en adviseert tegelijk om een zogenaamde ‘hardheidsclausule’ op te nemen: in geval van een conflicterende aanvraag moeten de bedrijfseconomische gevolgen worden meegewogen.

Denk Europees

KNV pleit verder voor een betere afstemming met omringende landen, met name in geval van de Europese Rail Freight Corridors. Verder zal de aanleg van het ‘derde spoor’ in Duitsland voor een bijzondere situatie zorgen in de periode 2015-2022: de capaciteit van de Betuweroute zal door bouwwerkzaamheden sterk worden verminderd. Ook deze beperkende omstandigheid dient volgens KNV meegewogen te worden in de besluitvorming over de capaciteitsverdeling.

Structurele uitbreiding

Met de voorliggende aanpassing van het Besluit wordt volgens KNV ook het capaciteitstekort-probleem niet opgelost, maar slechts tijdelijk onzichtbaar gemaakt. ‘Groei van het spoorgoederenvervoer en daadwerkelijke structurele uitbreiding van de capaciteit worden erdoor belemmerd. Als de samenleving meer duurzame mobiliteit wil, is de enige echte oplossing de aanleg van meer spoor.’ (Bron: KNV)

Meer KNV over het spoor:
EVO en KNV: ‘Goederendirecteur in directieteam van ProRail’
‘Voor het spoor gaan de luiken naar Europa open’
‘Eerst Programma Hoogfrequent Spoor afmaken’

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief