Glazenwasser maakt einde aan vaart op Westerdiepsterdalkanaal

577

DEN HAAG – De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zelf de ontheffing geweigerd voor het Westerdiepsterdalkanaal in Hoogezand-Sappemeer. Het gaat om een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet die de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in juni 2008 verleende aan de provincie Groningen voor de aanleg van het kanaal.

Groene Glazenwasser zorgt voor einde ontheffing WesterdiepsterdalkanaalStichting Platform Berend Botje was tegen de ontheffing in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Het inmiddels aangelegde Westerdiepsterdalkanaal verbindt het Kieldiep met het zeilmeer Langebosch en is bedoeld voor pleziervaart. Omdat door de aanleg van het kanaal het leefgebied van de libellensoort de groene glazenmaker verdwenen is, was een Flora- en faunawetontheffing noodzakelijk. Volgens de staatssecretaris kon die ook verleend worden omdat het project van groot belang is voor de werkgelegenheid, er geen alternatief is en ter compensatie een sloot zal worden ingericht als leefgebied voor de groene glazenmaker.

Compensatie

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de staatssecretaris met voldoende overtuiging heeft aangetoond dat met de aanleg van het Westerdiepsterdalkanaal ‘een dwingende reden van groot openbaar belang is gediend en dat daarvoor geen andere bevredigende oplossing bestaat’. De hoogste algemene bestuursrechter is er echter op basis van alle beschikbare onderzoeken niet van overtuigd dat de beoogde ‘compensatiesloot’ zo kan worden ingericht dat die geschikt is voor de groene glazenmaker. In het bijzonder de waterkwaliteit is niet geschikt voor krabbenscheer, een waterplantensoort die het leefgebied van de groene glazenmaker vormt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook zes jaar na het verlenen van de ontheffing komt nog steeds geen krabbenscheer voor in de sloot.

Afwijzing

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft daarom het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Gelet op de lange duur van de procedure waarin de staatssecretaris sinds  juni 2008 vier keer in de gelegenheid is gesteld om meer onderzoek te doen en het besluit beter te motiveren, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak nu besloten de ontheffing alsnog te weigeren. Hierdoor beschikt het project niet meer over de benodigde Flora- en faunawetontheffing.

Handhaving

De staatssecretaris moet nog wel een nieuw besluit nemen op het handhavingsverzoek dat de stichting eerder in de procedure deed. Zij krijgt daarvoor twaalf weken de tijd. Als de stichting of de provincie het niet eens zijn met dat besluit kunnen zij daartegen direct beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. (Bron: RvS/Foto: Berend Botje)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief