FNV overweegt stappen tegen misstanden Groningen Shipyard

297

AMSTERDAM – Vakbond overweegt vervolgstappen te ondernemen tegen Groningen Shipyard (GSY) in Waterhuizen. Volgens de FNV maakt de scheepswerf gebruik van een schijnconstructie met Roemeense werknemers.

FNV overweegt stappen tegen Groningen ShipyardOp 4 maart jl. deed de kantonrechter uitspraak in de rechtszaak die de FNV heeft aangespannen tegen GSY. De Rechter verbiedt in dit vonnis GSY nog langer gebruik te maken van de inzet van werknemers die niet betaald worden overeenkomstig de cao Metalektro op straffe van een dwangsom. Maar volgens de FNV bestaat de constructie nog steeds.

Misstanden

Naast het feit dat de Roemeense werknemers zwaar worden onderbetaald, is de FNV in dit dossier ook nog op andere misstanden gestuit die blijkbaar onlosmakelijk verbonden zijn aan contracting. ‘Zo werken de Roemeense medewerkers gemiddeld 56 uur per week op de werf maar krijgen ze voor slechts 40 uur betaald. Per maand werken ze dus meer dan 70 uur gratis voor GSY. Daarnaast werden de Roemenen onder slechte omstandigheden gehuisvest op het terrein van GSY. Daarmee zijn ze dan ook letterlijk afgesneden van de buitenwereld waardoor de FNV de grootst mogelijke moeite heeft gehad om met deze werknemers in contact te komen. Net zoals in alle hiervoor beschreven voorbeelden zijn ook de Roemenen bang om te praten over hun werk en situatie.’

Niet in dienst

Groningen Shipyard ging in 2008 failliet. Voor het faillissement waren bij de werf circa 180 werknemers werkzaam. Vanaf de doorstart in 2008 maakt GSY gebruik van de inzet van werknemers die niet bij de werf in dienst zijn. ‘In totaal gaat het om circa 120 werknemers met de Roemeense nationaliteit in uitvoerende functies zoals lassers, pijpfitters, plaatbewerkers en in mindere mate timmerlieden en schilders’, schrijft de FNV in een vandaag verschenen rapport. ‘De Roemeense werknemers werken vaak jarenlang op de scheepswerf. De Roemeense medewerkers van GSY zijn geworven in Roemenië, maar hadden een formeel dienstverband met de Cypriotische firma BMS Protowin, gevestigd in Limmasol op Cyprus. Nadat de arbeidsinspectie BMS Protowin een flinke boete heeft opgelegd is het bedrijf in 2013 failliet gegaan en kwamen de Roemeense werknemers in dienst van het zusterbedrijf BMS Ltd. De mensen bleven echter gewoon werkzaam op de werf in Waterhuizen. Inmiddels is onderaannemer BMS alweer opgevolgd door nieuwe onderaannemers, en heeft ook Groningen Shipyard zelf zijn activiteiten overgeheveld naar een andere BV genaamd GS Yard. Toch werken de 120 Roemeense lassers en ijzerwerkers nog steeds op de werf in Waterhuizen, voor hetzelfde salaris, onder dezelfde leiding, sommigen al zes jaar achtereen.’

cijfersGSY

Voor de rechter

De FNV heeft Groningen Shipyard in 2013 voor de rechter gedaagd omdat ze van mening is dat hier sprake is van een schijnconstructie die er alleen op is gericht om de cao Metalektro te omzeilen. De volgende argumenten en overwegingen spelen daarbij een belangrijke rol:
1. Volgens de Cypriotische werkgever moet Nederland voor de Roemeense werknemers worden gezien als het tijdelijke werkland. Omdat de Roemenen al langere tijd uitsluitend voor- en op de werf van GSY werken is dat moeilijk staande te houden. Maar zelfs al zou dat het geval zijn, dan nog zijn de basisarbeidsvoorwaarden uit de Nederlandse wet en de cao Metalektro van toepassing.
Met een salaris van € 8,00 per uur, zonder compensatie van overuren, vakantie uren en vakantietoeslag lijkt daarvan geen sprake. In onderstaande tabel wordt duidelijk gemaakt wat het verschil is tussen de inhuur van Roemenen via een contracting-model en de inhuur als uitzendkracht. Hieruit blijkt het verdienmodel van GSY.
2. De cao Metalektro maakt een onderscheid tussen het inlenen van personeel en het aannemen van werk (contracting). Er is in de cao bepaald dat uitzendkrachten maximaal 10% minder mogen verdienen dan vaste medewerkers. Deze bepaling is niet van toepassing indien het contracting betreft. Daarom heeft GSY er alle belang bij om ons te doen geloven dat de overeenkomst met BMS Ltd. een overeenkomst tot onder aanneming is en dat de Roemeense werknemers van de werf in dienst zijn bij BMS.

Uit de feitelijke omstandigheden blijkt echter iets anders:
• Er is volgens de cao sprake van onder aanneming indien de (onder)aannemer economisch risico loopt ten aanzien van prijs, kwaliteit of levertijd. Het vreemde is echter dat BMS factureert op basis van het aantal gewerkte uren van de Roemeense werknemers en het bedrijf geen enkel economisch risico loopt. Behalve personeel neemt GSY verder niets af van BMS Ltd. Alle bedrijfsmiddelen, waaronder de gereedschappen van de werknemers zijn eigendom van GSY. Al het materiaal, waaronder staal, wordt door GSY zelf aangeleverd. De kosten van inkoop van staal, overige materialen en energie, zijn uitsluitend voor rekening en risico van GSY. De werf verzorgt ook de huisvesting van de Roemeense werknemers en neem de kosten daarvan voor haar rekening. BMS heeft geen eigen computernetwerk maar maakt gebruik van de faciliteiten van GSY voor de urenregistratie.
• Aanneming van werk gaat normaliter samen met een overeenkomst met verwijzingen naar tekeningen, een programma van eisen, opleverdata et cetera. Echter, in de overeenkomst tussen GSY en BMS wordt daarvan geen melding gemaakt.
• Aanneming van werk vereist ook dat de werknemers onder rechtstreeks toezicht en verantwoordelijkheid van de (onder)aannemer staan. De projectmanager van BMS die op de werf aanwezig is bemoeit zich echter niet inhoudelijk met het werk. De Roemeense werknemers worden via Roemeense voormannen aangestuurd door vaste medewerkers van GSY. De Roemeense voormannen zijn dan ook niet meer dan veredelde tolken. Het werk wordt onder leiding en toezicht van GSY gedaan voor rekening en risico van GSY. Er zijn geen projectleiders, opzichters en werkvoorbereiders van BMS aanwezig op de werf. Van aanneming van werk kan dan ook geen sprake zijn.

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief