Europese Binnenvaart Unie: ‘Nu juiste beslissing inzake Donau’

691

Direct aan het begin van het nieuwe jaar heeft de Europese Binnenvaart Unie (EBU) de Duitse Minister van Transport Ramsauer en de Beierse Minister-president Seehofer opgeroepen de juiste beslissing inzake de uitbouw van de Donau te nemen. In december werd het resultaat van de economische studie met doorberekening van de twee varianten van de uitbouw van de Donau gepubliceerd.

Europese Binnenvaart Unie: ‘Nu juiste beslissing inzake Donau’ Uit de studie bleek volgens de EBU duidelijk dat variant C 2.80, die voor de binnenvaart de benodigde meerwaarde betekent, veel betere resultaten vertoont. Met variant C 2.80  kan de voor de binnenvaart benodigde aflaaddiepte van 2,50 m gedurende 301 dagen per jaar worden gerealiseerd.
Nu binnenkort een officiële beslissing van de Duitse overheid over de uitbouw van de Donau wordt verwacht, achtte de EBU het noodzakelijk om Federaal Minister van Transport Ramsauer en de Beierse Minister-president Seehofer nog een keer op de betekenis van deze beslissing voor de toekomstige ontwikkeling van de binnenvaart te wijzen.
Het ter discussie staande en in de studie onderzochte traject tussen Straubing en Vilshofen bevindt zich temidden van een prioritair Europees infrastruktuurproject  en is een belangrijke schakel in een van de grootste transeuropese netwerken. De studie toont aan dat de beoordeling van de kosten-baten-analyse duidelijk voor de uitbouw van de Donau op basis van variant C 2.80 spreekt.

De voorzitter van de EBU wijst er in zijn  schrijven op dat alleen met die variant aan de klanten van de binnenvaart een betrouwbare dienst geboden kan worden. Bovendien voldoen alle met de uitbouw in deze variant verband houdende maatregelen aan de milieueisen en kunnen worden gecompenseerd.  Van belang is tevens dat variant C.280 in tegenstelling tot variant A het voordeel van co-financiering – ook van de beschermingsmaatregelen tegen hoogwater en voor het milieu – uit de Europese TEN-T fondsen met een aanzienlijk aandeel tot wel 30 % van de werkzaamheden biedt.

Dit alles in ogenschouw nemende is in de optiek van de EBU alleen de keuze voor variant C 2.80 mogelijk waarmee op grond van de studie een hoog modal shift potentieel is aangetoond. Zij wijst er in haar schrijven op dat de binnenvaart als milieuvriendelijke modaliteit nog over voldoende capaciteiten beschikt om het stijgende vervoer te absorberen en de files op de Duitse en Europese wegen en de daarmee verbonden kosten en negatieve gevolgen voor de maatschappij te  verminderen. Op grond van de lage CO2 emissies van de binnenvaart verlaagt dit tevens de belasting van het milieu.

Bron: CBRB