ESO komt met veertien punten voor een gezonde binnenvaart

384

Om de binnenvaart in staat te stellen op een economische, maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze haar taak in de Europese transportsector uit te kunnen voeren zijn maatregelen nodig. De Europese Schippers Organisatie (ESO) komt daarom met veertien maatregelen om de binnenvaart niet opnieuw in de vicieuze cirkel terecht te laten komen.

Omzet binnenvaart stijgt 2,5%, ondernemer blijft optimistischVolgens de ESO vroeg de Europese Commissie van de Europese binnenvaartvertegenwoordigers een voorstel van maatregelen uit de sector. Daarom richtte de ESO-Raad een werkgroep op die voorstellen van maatregelen, gedragen door de leden van ESO, in kaart moest brengen. De werkgroep besprak 26 mogelijke maatregelen onderverdeeld in Permanente maatregelen, Maatregelen met beperkte duur en Duurzame maatregelen. ‘Niet over alle maatregelen is unanimiteit of worden haalbaar geacht. Die maatregelen zijn terzijde gelegd ofwel op een visielijst geplaatst. Op een later tijdstip kunnen deze alsnog worden beoordeeld.’

Marktmanagement
‘Handelen vanuit kennis’

1. Maatregelen betreffende de kostendekking – antidumpmaatregelen en vervoerscondities. Garanderen dat de operator tegen prijzen werkt die hem in staat stellen om zijn kosten te dekken, eventueel op periodieke basis. Richtlijn 96/75/EC zou gewijzigd en aangevuld kunnen worden met een bepaling in deze richting.

Hierbij dient tevens een clausule te worden toegevoegd over ketenaansprakelijkheid, het is wenselijk dat dit
geldt voor alle transportmodi.

2. Markttransparantie’ is een conditio sine qua non. Dit moet worden ondersteund door een goed presterend marktobservatiesysteem dat de capaciteitsontwikkeling kan voorspellen, maar ook over de juiste middelen beschikt om aanpassingen door te kunnen voeren om verdere structurele overcapaciteit te voorkomen. Een van de
mogelijkheden is substantie te geven aan de verwoording van Reglement 718/99 dat bepaalt dat nieuwgebouwde schepen zes maanden van tevoren aangekondigd moeten worden.

Dat laatste is niet in praktijk gebracht.

3. Het verrichten van een studie naar de exploitatiekosten van schepen.

4. Analyse van de financieringsinstrumenten.
• Borgstellingsregelingen c.q. kredietverzekeringen voor nieuwbouw afhankelijk maken van de marktsituatie
• Geen beperkingen voor bestaande schepen
• onderzoek naar alternatieve financieringsbronnen in de verschillende binnenvaartlanden entameren.

Een en ander gekoppeld aan een adequaat marktobservatiesysteem als vermeld onder maatregel 4.

5. De invoering van een observatorium voor vervoersprijzen in EC om het mogelijk te maken om, gebaseerd op de kosten van de schepen, een aanvaardbaar vrachtprijsniveau te houden (met inachtneming van de wet). Dit observatorium moet tot stand komen met behulp van verschillende partijen uit de sector (autoriteiten, binnenvaarders, tussenpersonen, etc.).

Deze maatregel ondersteunt item 2, marktobservatiesysteem. Het moet goed onderbouwd worden door een onafhankelijk partij.

6. De uniformering/harmonisatie van de financieringsbasis van de Europese binnenvaartondernemingen, minimum NL,B,F,D,LU,AT.

Dit is bedoeld als ondersteuning van maatregel 4 en 2

7. Beroep van alle intermediairs in het vervoer te reglementeren op Europees niveau.

EC stimuleert intermediairs om een “keurmerk” aan te maken

8. Herziening van de technische voorschriften voor de bestaande vloot op basis van nut- en noodzaak (impact assessment). In het bijzonder geldt dit voor alle overgangsbepalingen van de technische voorschriften voor de Rijn, die een belangrijk probleem vormen voor de bestaande vloot (<86 m en/of bouwjaar voor 1995).

9. Bevordering van transparantie, communicatie en inspraak inzake tot stand komen van regelgeving door en in werkgroepen van onder meer CDNI, ADN en CCR.

De maatregel is onderdeel en ondersteuning van onder andere maatregel 8

10. Standaardisering van laad- en losvoorwaarden (wachttijd en duur voor laden/lossen) evenals de vervoersvoorwaarden binnen de Europese Unie.

Opstellen van één duidelijk Europees modelcontract voor de scheepvaart met alle voorwaarden

11. Oud voor Nieuw regeling met nuances en aan de hand van een inventarisatie van de markt (experten groep).

Basis conceptstandpunt:
Oud voor Nieuw regel boven 2000 ton voor ieder; onder die 2000 ton grens kan elke lidstaat beslissen wat de grens daaronder is. Dit onder voorwaarde dat de Verordening EG 718/1999 wordt aangepast (onlosmakelijk verbonden). Oud voor Nieuwregel betekent een heffing (boete) voor nieuwbouw met de mogelijkheid hiervoor inruiltonnage te gebruiken.
Twee criteria tonnages, Oud voor Nieuw boven 2000 ton en inruiltonnage.

12. De-activering(sregeling) vlootcapaciteit. Hierbij zijn geen financiële consequenties voor de lidstaten voorzien. Gedacht kan worden aan export, aanpassen van de exploitatiewijze, vermindering vaartijd, slopen, etc.

In het kader van de marktobservatie pleit ESO ook voor het aanleggen van een wachtlijst om een indruk te
krijgen van de urgentie.

13. Steun voor alle vormen van samenwerking die het marktmechanisme verbeteren zoals binnenvaartverenigingen, samenwerkingsverbanden en coöperaties (Verordening 718/99 EC,art.8).

14. Modernisering bemanningsregeling. (Bron: ESO)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief