ECT schort ‘Hanjin procedure’ op

939

ROTTERDAM Containeroverslagbedrijf ECT mag containers van de in zwaar weer verkerende Koreaanse rederij Hanjin niet vasthouden totdat een hoog tarief is betaald. De rechter oordeelde dat ECT alleen de werkelijke handlingkosten in rekening mag brengen met een opslag van 25 euro voor administratiekosten. ECT schortte de ‘Hanjin’ procedure daarom op.

TLN/FENEX, EVO en Fenedex spanden een kortgeding aan tegen ECT. De containerterminal zou de wereldwijde goederenstromen van handels- en productiebedrijven hinderen. Het vasthouden van de containers zou tot gevolg hebben dat bedrijven hun productieproces noodgedwongen stil moeten leggen omdat onderdelen, bijvoorbeeld voor de productie van auto’s, te laat arriveren. Ook importeurs maakten zich zorgen.

hanjinOnrechtmatig
Vorige week werd bekend dat op zes na grootste rederij ter wereld uitstel van betaling kreeg van de Koreaanse rechter. Hanjin won vorig jaar nog de ‘EVO Container Liner Shipping Award’, een jaarlijkse prijs voor de best presterende rederij. De Zuid-Koreaanse rederij scoorde in het onderzoek van de Erasmus Universiteit het best op de betrouwbaarheid van de boekingen.
ECT besloot naar aanleiding van het nieuws over ECT alle Hanjin containers op haar terminal tot nader order te blokkeren. Vanaf donderdag konden de containers weer onder voorwaarden worden afgehaald. Daarvoor vroeg ECT een tarief van 1.000 euro voor een standaard container en 1.500 euro voor reefer- en tankcontainers. Ook werd een borg gevraagd van 2.500 euro voort een standaard container en 5.000 euro voor een reefer- en tankcontainer. Deze borg zou na het terugbrengen binnen vijf dagen worden teruggestort.
De rechter vond de vergoedingen van 1.000 euro voor een gewone container en 1.500 euro voor speciale containers echter onrechtmatig. ECT mag alleen de werkelijke handlingkosten plus een opslag van 25 euro in rekening brengen. Voorts heeft de rechter bepaald dat ECT geen borg mag vragen. Het vonnis geldt echter alleen voor de leden van de eisende verenigingen. Zij moeten, naast de gebruikelijke voorwaarden voor het vrijstellen van containers, bij ECT aantonen dat zij lid zijn van een van deze organisaties.

Opschorten
ECT besloot na de uitspraak over haar ‘Hanjin procedure’ dat ze deze procedure opschort. Het containeroverslagbedrijf is wel teleurgesteld in de gang van zaken. ‘We hadden met EVO en Fenex een afspraak gemaakt om te overleggen over de problematiek rond de Hanjin containers. Voordat dit overleg echter plaats kon vinden werden we namens beide partijen door een advocatenkantoor gesommeerd om een reactie te sturen. Ook maakten ze voor de afspraak een kort geding aanhangig. Fenex en EVO lieten hiermee zien dat zij geen enkele behoefte hadden aan daadwerkelijk overleg met ECT. Aangezien onder deze omstandigheden van constructief overleg geen sprake meer kon zijn, heeft we hiervan moeten afzien. Dit neemt niet weg dat we als ECT zeer zeker bereid zijn tot overleg, maar wel als alle partijen het overleg serieus nemen, en zonder dat er een sommatie ligt en een kort geding aanhangig is.’