Do’s & don’ts van retentierecht in het goederenvervoer

259

BREDA – De Nederlandse wet biedt de vervoerder het recht om afgifte te weigeren aan derden van zaken of documenten die hij onder zich heeft in verband met een vervoerovereenkomst*. Dit zogeheten retentierecht van de vervoerder vervalt zodra de vervoerder is betaald of er voldoende (financiële) zekerheid is gesteld.

ottolenselinktimesnew2In de transportpraktijk is het retentierecht een geëigend drukmiddel om ‘boter bij de vis’ te krijgen en te voorkomen dat er een langdurige en kostbare procedure moet worden gevoerd om een vordering te incasseren. In welk geval het risico wordt gelopen dat de schuldenaar gedurende de procedure failleert en de vervoerder/schuldeiser kan fluiten naar zijn centen.

Het uitoefenen van het retentierecht gaat niet gepaard zonder risico’s, waarvan een vervoerder zich bewust moet zijn alvorens hij overgaat tot uitoefening van het retentierecht.

In de eerste plaats dient een vervoerder zich te realiseren dat hij na inroeping van het retentierecht geen eigenaar wordt van de goederen. Deze goederen mogen niet worden verkocht, verhuurd of in bruikleen worden gegeven. Hij moet de goederen onder zich houden.

Het internationale CMR-verdrag kent geen betalingsvoorwaarden en/of retentierecht. Worden er zaken vervoerd van een buitenlandse opdrachtgever en/of bevindt de lading zich in het buitenland, dan is er een wezenlijk risico dat het toepasselijke buitenlandse recht geen retentierecht kent, zodat er schadeplichtigheid ontstaat zodra er goederen zonder recht en titel worden behouden en niet worden afgedragen. Het is onverstandig om zonder goede kennis van het toepasselijke buitenlandse recht het retentierecht uit te oefenen in het buitenland.

Een vervoerder die gebruik maakt van een trailer van de opdrachtgever dient te verifiëren of de opdrachtgever/schuldenaar ook de eigenaar is van de trailer en niet een leasemaatschappij. In de rechtspraak is uitgemaakt dat er geen retentierecht mag worden toegepast op de (lease)trailer en wel op de lading**. De goederen die zich in de trailer bevinden zal de vervoerder in dat geval dus in bewaring moeten nemen.  Voorzichtigheid is derhalve geboden met het inroepen van het retentierecht op trailers, die mogelijk in eigendom zijn van derden.

De gevolgen van het inroepen van het retentierecht kunnen verstrekkend zijn voor de opdrachtgever en overige belanghebbenden. Op grond van de redelijkheid en billijkheid kan een vervoerder toch gehouden zijn om over te gaan tot afgifte van goederen, bijvoorbeeld omdat het een lading met bederfelijke waren betreft, die anders waardeloos zou worden of indien de vervoerskosten bijzonder gering zijn in verhouding met de waarde van de lading.

De vervoerder kan in dergelijke gevallen verlangen dat er een zekerheid wordt gesteld, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie of door storting van het (betwiste) bedrag bij een notaris.

In het geval van een juridisch geschil dient de eisende partij rekening te houden met de korte verjaringstermijnen in het vervoersrecht, waarbij doorgaans heeft te gelden dat binnen 1 jaar de procedure aanhangig moet worden gemaakt.

Lees meer over de verjaringstermijn in het vervoerrecht in de rubriek Juridische Zaken van juli 2014.

Voor meer informatie over het retentierecht of andere vervoersrechtelijke onderwerpen kunt u contact opnemen met mr. Otto Lenselink (olenselink@buntsma.nl of 076 – 5204044).

*Artikel 8:1131 Burgerlijk Wetboek,
** Rechtbank Arnhem, 14 november 2011, vindplaats ECLI:NL:RBARN:2011:BV1040

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief