Chemische industrie vindt ‘spoorvervoer relatief veilig’

489

In de Nederlandse media wordt een te negatief beeld geschetst van de veiligheid van spoorvervoer en het nut van het Basisnet. Dat stelt de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) in reactie op twee recente publicaties in NRC Handelsblad en Het Financieele Dagblad, waarin aandacht is voor het treinongeval in Wetteren. Wel zijn er volgens de vereniging verbeteringen mogelijk.

Chemische industrie vindt ‘spoorvervoer relatief veilig’ Het NRC-commentaar op het treinincident bij Wetteren van 9 mei 2013 vergelijkt het ongeval met de Nederlandse situatie, en zoomt vooral in op het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Voor dit project zijn overheden en bedrijfsleven actief om een evenwicht te vinden tussen vervoer, veiligheid en ruimtelijke ordening.

Onnodig negatief
In een ingezonden brief aan de NRC  stelt de VNCI dat het krantencommentaar onnodig negatief is over het Basisnet. Volgens de vereniging heeft dit project (hoewel nog niet formeel vastgesteld) wel degelijk veel veiligheidsverbeteringen voortgebracht, méér dan de door de krant genoemde ‘vooruitgang via de sloop van een aantal te dicht bij het spoor gelegen woningen’. ‘Zo zijn er door het bedrijfsleven en de overheid veel meer maatregelen genomen die het vervoer substantieel veiliger maken. Op veel plekken is bijvoorbeeld een systeem aangebracht waardoor treinen die een rood sein missen automatisch gestopt worden, óók als zij langzamer rijden dan 40 kilometer per uur (het zogenaamde ATB-vv systeem). Daarnaast zijn op risicovolle punten (vooral in binnensteden) wissels verwijderd. Bovendien zullen op bepaalde trajecten in de Randstad geen gevaarlijke stoffen meer per spoor vervoerd worden.’

Ook stelt de VNCI dat diverse grote bedrijven bovenwettelijke maatregelen toepassen (zoals crashbuffers) om de impact van een botsing te verkleinen en zo de kans op lekkage te verminderen. ‘Bij het samenstellen van treinen zorgt het Nederlandse bedrijfsleven er bovendien voor dat brandbare gassen en vloeistoffen zo veel mogelijk gescheiden worden, zodat de kans op incidenten met een extreem groot effect afneemt.’

Heikel punt
Een andere misvatting in het commentaar gaat over de vraag hoe het evenwicht tussen veiligheid en vervoer berekend wordt. De NRC stelt dat de kansberekening hiervoor ‘boterzacht’ is. Volgens de VNCI klopt dat, maar dat neemt niet weg dat de genomen maatregelen wel degelijk bijdragen aan de veiligheid. ‘Op sommige punten zal vanwege het Basisnet inderdaad het risico toenemen, maar als we naar Nederland als geheel kijken, dan neemt de veiligheid juist toe’, schrijft de vereniging in de ingezonden brief.

Nog een heikel punt is het dedain waarmee het commentaar over de waarde en het gebruik van de Betuweroute spreekt. VNCI: ‘Deze speciale route voor goederenvervoer is inderdaad met veel zweet, tranen én geld tot stand gekomen, maar het bedrijfsleven en de overheid zijn blij dat de Betuweroute er nu ligt. Zo hebben veel grote bedrijven toegezegd bij voorkeur deze route te gebruiken voor het vervoer van brandbare gassen zoals LPG, ondanks dat vervoer via dit spoor duurder is dan het reguliere net. Het verwijt aan de spoorvervoerders dat zij liever kiezen voor snellere en goedkopere routes klopt daarom niet.’

Volgens de VNCI is het probleem alleen dat niet alle bestemmingen in het Europese achterland bereikbaar zijn met de Betuweroute. Het bedrijfsleven pleit er dan ook sterk voor om het aantal aftakkingen te vermeerderen, zodat dit spoornet kan worden ingezet voor spoorvervoer tussen bijvoorbeeld Rotterdam en het Chemelot-complex in Limburg. Een belangrijke aftakking is de ‘boog bij Meteren’, een afslag bij Vught die ervoor zorgt dat er minder treinen door de binnensteden van Dordrecht, Breda en Tilburg zullen rijden, en deze steden dus substantieel veiliger worden. VNCI: ‘Voor de ‘boog bij Meteren’ is de benodigde financiële reservering al gedaan, maar er is nog geen knoop doorgehakt. Het zou triest zijn als deze boog alsnog sneuvelt door bezuinigingen van het kabinet.’

Menselijke fouten
Ook het artikel in Het Financieele Dagblad van 10 mei kent volgens de VNCI de nodige mitsen en maren. ‘In dit artikel wordt correct gesteld dat er nog te veel menselijke fouten worden gemaakt, Chemische industrie vindt ‘spoorvervoer relatief veilig’ maar tegelijkertijd worden er via onder meer het Basisnet maatregelen genomen om ook die menselijk fouten zoveel mogelijk te ondervangen. Dit gebeurt onder meer door ATB-vv, verwijdering van wissels en verplicht langzaam rijden op bepaalde trajecten. Het FD-artikel meldt ook dat op emplacementen niet altijd bekend is waar welke treinen gestationeerd zijn, een probleem dat in januari 2011 speelde tijdens de brand van een ketelwagen met ethanol op Kijfhoek. Het artikel vergeet echter te melden dat de transportbranche hard werkt aan een systeem waardoor het altijd exact bekend is waar ketelwagens met gevaarlijke stoffen zich bevinden, zowel onderweg als op emplacementen. Eind 2013 moet dit systeem operationeel zijn.’

Meeste incidenten
Overigens streven de chemiebedrijven die lid zijn van de VNCI er altijd naar om het vervoer van gevaarlijke stoffen te minimaliseren, meldt de vereniging. ‘Nieuwe bedrijven vestigen zich daarom bij voorkeur in de buurt van hun toeleverancier van gevaarlijke grondstoffen. Ook het gebruik van andere vervoersvormen (zoals binnenvaart in plaats van spoorvervoer) staat bij elk bedrijf duidelijk op het netvlies. Elke modaliteit heeft echter haar eigen voor- en nadelen. Zo is niet elk bedrijf gevestigd aan open water. Hierdoor is voor binnenvaart vaak extra opslag nodig, en juist dát is de activiteit die de meeste incidenten veroorzaakt.’

Concluderend stelt de VNCI dat het vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland relatief veilig plaatsvindt. ‘Aangezien van alle Europese landen het Nederlandse spoorwegnet het meest intensief gebruikt wordt, is het een absolute must om ons spoor zo veilig mogelijk te houden via het Basisnet. Het bedrijfsleven is hier, ondanks alle inspanningen die het kost, altijd positief over geweest. Nu de ramp in Wetteren extra onderstreept hoe belangrijk die veiligheid is, hopen wij van harte dat de Eerste Kamer het Basisnet binnenkort goedkeurt.’