CBRB vindt transitiecomité heilloze weg en stopt

776

Voorzitter Ir T.G. Muller heeft vandaag aan de minister van Infrastructuur en Milieu, aan het transitiecomité en aan de leden bekend gemaakt dat het CBRB voornemens is haar deelname aan het transitiecomité te beëindigen. Op korte termijn zal een daartoe strekkend voorstel aan het bestuur worden voorgelegd. In afwachting van de besluitvorming in het bestuur zal het CBRB afzien van verdere deelname aan de activiteiten van het transitiecomité.

Naar aanleiding van de recente ontwikkelingen met betrekking tot het transitiecomité is geconstateerd dat de heersende mening binnen het CBRB volledig is omgeslagen. Werd de beoogde vorming van één brede branchevereniging van meet af aan – ondanks enige scepsis bij enkele ledengroepen – positief beoordeeld, thans moet worden vastgesteld dat het voor de meeste ledengroepen, en voor directie en staf van het CBRB een uitgemaakte zaak is dat die doelstelling niet gerealiseerd is en met de tot nu toe gevolgde werkwijze ook niet gerealiseerd kan worden.

In zijn brief aan de leden schrijft de heer Muller:
‘De oorzaak van deze omslag is er vooral in gelegen dat ons vertrouwen in het comité herhaaldelijk onterecht is gebleken. Daarbij speelt niet alleen de werkwijze een rol, maar ook het feit dat van een onafhankelijke vervulling van het voorzitterschap geen sprake meer is. Sinds kort geldt dat niet alleen voor het transitiecomité, maar ook voor de ‘Stichting Beheer NN-gelden’ (voorheen Stichting Kantoor Binnenvaart) en voor het recentelijk opgerichte ‘Droge Lading Comité’.

Daarnaast moet worden onderkend dat het ondernemerschap in een groot deel van de particuliere binnenvaart sterk beïnvloed wordt door private omstandigheden en overwegingen. Met name bij langdurige economische tegenspoed is daardoor het cultuurverschil met ondernemingen waarbij dat niet het geval is minder gemakkelijk te overbruggen. De recente initiatieven gericht op ingrepen in de vrachtenmarkt hebben dit verschil verder geaccentueerd en tevens voor andere leden de vraag opgeworpen of de naleving van het mededingingsrecht binnen het CBRB naar behoren is gewaarborgd.”

Feitelijke ontwikkelingen
Aanleiding tot deze stap vormen de recente ontwikkelingen die als volgt kunnen worden samengevat.

1. Onderhandelingen in het transitiecomité onder leiding van de heer Kraaijeveld hebben in tweeënhalf jaar geen gezamenlijk gedragen verenigingsmodel opgeleverd waarin bestuurlijke zeggenschap voor alle bijdragende ledengroepen is gewaarborgd. Klaarblijkelijk wordt dit veroorzaakt doordat er geen consensus over de operationele strategie bestaat. Vragen als: ‘Wat moet BLN CBRB vindt transitiecomité heilloze weg en stopthaar leden kunnen bieden?’, ‘Hoe kunnen de verschillende ledengroepen, met respect voor hun identiteit en specifieke belangen, bijeen gehouden worden?’ en ‘Welke contributies zijn ledengroepen bereid daarvoor op te brengen?’ zijn nog volstrekt onvoldoende beantwoord. Constructieve initiatieven van het CBRB met betrekking tot de opzet van een  geïntegreerde bureau-organisatie, de juridische vormgeving van de vereniging en het stelsel van contributies hebben daarin geen verandering kunnen brengen.
Sinds kort is de heer Kraaijeveld eigenstandiger gaan opereren; zo heeft hij bijvoorbeeld, buiten het transitiecomité om, het voorzitterschap van een door de ‘grote rijnvaartondernemers’ opgericht ‘Droge Lading Comité’ op zich genomen.

2. Sinds begin dit jaar bepleit de BBU, onder meer in daartoe zelf georganiseerde bijeenkomsten,  ter bescherming van particuliere scheepsexploitanten een ‘crisiskartel’ en maatregelen gericht op meer ‘markttransparantie’, die met name de provisies van tussenpersonen aan banden moeten leggen. Ter gelegenheid van het kamerdebat op 6 februari heeft de BBU daarvoor eigenstandig gelobbyd, buiten de gezamenlijke ‘briefing’ om.

3. Omdat veel leden door het uitblijven van resultaten in de transitie-onderhandelingen hun geduld verloren hebben wil het bestuur van de Groep Varende Ondernemers zelf het voortouw nemen om BLN op te richten. Blijkens een interne enquête kiest het overgrote deel van de varende ondernemers ervoor het groepsbestuur te volgen.

4. De stichting Kantoor Binnenvaart heeft op 25 maart besloten haar naam te wijzigen in ‘Stichting Beheer NN-gelden’ en haar statuten geheel opnieuw vast te stellen. Dit is gebeurd zonder het CBRB daarin vooraf te betrekken; eerdere desbetreffende voorstellen van het CBRB zijn daarbij genegeerd. Direct na de bijeenkomst van het transitiecomité op 28 maart heeft de heer Kraaijeveld tezamen met de heer Kortenhorst (BBU) een desbetreffend persbericht uitgegeven waarin het CBRB evenmin was gekend. Het CBRB heeft kenbaar gemaakt dat deze handelwijze en de inhoud van het bericht niet aanvaardbaar zijn.

Besluitvorming
Naar huidig inzicht zal het te nemen bestuursbesluit moeten inhouden dat de vereniging Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart in stand blijft en niet zal opgaan in BLN.
Binnen de vereniging dient ook plaats en zeggenschap beschikbaar te blijven voor particuliere ondernemers die zich bij het CBRB thuis voelen. Niettemin moet er rekening mee gehouden worden dat leden van de Groep Varende Ondernemers hun lidmaatschap willen beëindigen teneinde zich elders te organiseren.  Indien dat leidt tot een krachtenbundeling van de particuliere binnenvaart kan een dergelijke ontwikkeling wellicht als positief worden beoordeeld.

De komende tijd zal het verenigingsbureau de bovenbedoelde feiten aan een kritische, doch zorgvuldige beoordeling onderwerpen en een voorstel tot besluitvorming formuleren dat zo spoedig mogelijk voor het bestuur wordt geagendeerd.

Lees ook:
Voorzitter Transitiecomité Binnenvaart: ‘BLN gaat door’