‘Binnenvaart moet fundamenteel veranderen’

420

De containerbinnenvaartsector moet inzetten op een fundamentele ‘systeemvernieuwing’ of ‘transitie’. De huidige prestaties van de binnenvaart zijn onvoldoende; de sterkten van de sector compenseren in onvoldoende mate de vele zwakten. Dat concluderen onderzoekers van de Erasmus Universiteit onder leiding van TNO in opdracht van Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen (IDVV) van Rijkswaterstaat.

Het resultaat is volgens de onderzoekers een negatieve score op de belangrijkste prestaties van de binnenvaart, zoals:
a) een afnemend marktaandeel ten opzichte van andere vervoerwijzen,
b) de relatief achterblijvende milieuprestaties,
c) de positie van de binnenvaart in logistieke ketens,
d) de overcapaciteit/financieringsstructuur van de sector,
e) de bedrijfseconomische situatie die in het bijzonder de positie van de schipper/eigenaar onder druk zet en:
f) het gebrek aan sturing/regie. Er vinden tal van losse initiatieven plaats maar geen van de actoren die momenteel bij de sector is betrokken is in staat, of  bereid, om – eventueel in samenwerking – de binnenvaartsector als geheel naar een hoger plan te tillen.

‘Binnenvaart moet fundamenteel veranderen’‘Het is opvallend dat er op dit moment geen breed gedeelde en gedragen visie bestaat over de richting waarop de binnenvaart zich moet ontwikkelen’, is de conclusie van de onderzoekers. ‘Dit ondanks het grote strategische en economische belang van een goed functionerende containerbinnenvaartsector, het grote aantal belanghebbenden en de zorgelijke  situatie als het gaat om de (relatief achterblijvende) prestaties van de sector.’

‘Zonder systeemvernieuwing kan de sector niet de voorziene dominante rol in het goederenvervoer van de toekomst spelen. Stabilisatie van de sector staat gelijk aan stagnatie, zal het aandeel van de binnenvaart in de modal split niet doen toenemen en zal leiden tot een marginalisatie van de sector, zeker als andere vervoerwijzen wel een ontwikkeling doormaken. En ook een afwachtende houding, meeliftend op bredere ontwikkelingen in het goederenvervoer, zal niet tot een daadwerkelijke toename van de binnenvaart leiden.’

De noodzakelijke transitie in de containerbinnenvaart kan plaats vinden door uitvoering van drie transitiepaden:

1.    Grootschalige industriële corridors in de logistieke keten
2.    radicaal vergroenen en
3.    een fijnmazig transitiepad.

Het transitiepad ‘Grootschalige , industriële corridors’ in de logistieke keten richt zich op het vergroten van de toegevoegde waarde, een ‘betere’ modal-split en een gezondere, meer rationele bedrijfsvoering door op een andere manier de bestaande grote goederenstromen te organiseren. Dit vraagt beperkte innovaties in ‘techware’ maar grote innovaties in ‘orgware’, inclusief de onderliggende cultuur.

Het transitiepad ‘Radicaal vergroenen’ probeert de hele binnenvaart een inhaalslag te laten maken gericht op het behoud van het milieuconcurrentievoordeel. In dit pad is een relatief grote rol weggelegd voor technische toeleveranciers (zoals scheepsmotorenindustrie), de overheid als stimulerende / normstellende partij en technische onderzoekspartijen.

Het transitiepad ‘Fijnmazige distributie’ richt zich op het forceren van een trendbreuk door de containerbinnenvaart als fijnmazige oplossing te herintroduceren, gericht op regionale afzetmarkten, de binnenvaart op kleine vaarwegen en/of ten behoeve van deelladingen (pallets/LCL).

Download het onderzoek