België moet beter handhaven op fraude in het wegtransport

353

BRUSSEL – Het controleren op oneerlijke concurrentie, fraude en onveilig wegtransport in België moet beter. Dat concludeert het Belgische Rekenhof.

België verdubbelt boete voor ontbreken van vervoersvergunningHet Rekenhof controleert de openbare financiën van de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de provincies en onderzocht of de federale overheid de regelgeving efficiënt handhaaft. ‘De concurrentie in het goederenvervoer over de weg is hard, wat een groot risico inhoudt dat de regelgeving wordt overtreden. Dat leidt niet alleen tot oneerlijke concurrentie maar ook tot fraude en onveilig wegverkeer.’

Vraagtekens

‘De handhaving op zich kan echter efficiënter worden georganiseerd en uitgevoerd: de regelgeving is soms moeilijk te controleren, de handhaving is eenzijdig gericht op controle en sanctioneren, belangrijke informatie over de kenmerken en de omvang van de overtredingen alsook over de resultaten van de controles ontbreekt, de controles kunnen beter worden georganiseerd, onder meer door meer risicoanalyses en ICT-ondersteuning te gebruiken. Wij stellen ook vraagtekens bij de effectiviteit van regularisaties en administratieve bestraffingen om systematische fraude te bestrijden.’

De actieplannen

Volgens het Rekenhof heeft de FOD Mobiliteit en Vervoer te weinig capaciteit vrijgemaakt voor de bestrijding van sociale dumping en fraude en voor het aansturen van het Actieplan Wegvervoer. Ook werden belangrijke taken die de FOD waren toevertrouwd niet uitgevoerd. ‘Zo heeft de FOD geen overkoepelende databank met de controleactiviteiten van alle inspectiediensten ingevoerd, hoewel dit reeds in 2003 had moeten zijn gerealiseerd. Ondanks de evidente nood aan risicoanalyse en de Europese en Belgische wettelijke verplichtingen om een risicoanalysesysteem in te voeren, werd dit niet verwezenlijkt. Deze gebreken leggen een hypotheek op een efficiënte handhaving in het wegvervoer. Ook voor haar interne werking heeft de betrokken directie van de FOD Mobiliteit en Vervoer een gebrek aan ICT-capaciteit.’

Moeilijke handhaving

Volgens het Rekenhof zijn verschillende aspecten van de regelgeving moeilijk te handhaven. ‘De oorzaken daarvan zijn onduidelijke bepalingen, moeilijk te bewijzen inbreuken en de afhankelijkheid van andere EU-lidstaten. Complexe grensoverschrijdende problemen zijn moeilijk aan te pakken en vergen vaak veel middelen voor een bescheiden resultaat. De handhaving is eenzijdig gericht op controle en sanctioneren. Alternatieve handhavingsmethodes zoals zelfregulering of het gebruik van convenanten ontbreken.

‘Het handhavingsbeleid is onvoldoende onderbouwd met goede statistieken. Dat bemoeilijkt de raming van de omvang van de fraude en de sociale dumping, en belemmert inzicht in de resultaten van de controles.’

Geen eenheid

Bij de vaststelling en de afhandeling van een inbreuk zijn verschillende actoren betrokken. ‘Er is echter nog onvoldoende eenheid van optreden, afstemming, informatie-uitwisseling en terugkoppeling tussen die actoren. De systematische informatie-uitwisseling tussen inspectiediensten onderling en met andere administraties, en tussen de inspectiediensten en het Openbaar Ministerie wordt wel ontwikkeld. Het ontbreken van transparante en volledige gegevens over de levensloop van pv’s verhindert de opsporing van mogelijke inefficiënte handelswijzen. Zonder feedback, duiding en gezamenlijke beleidsafspraken legt het hoge percentage seponeringen van vastgestelde overtredingen een hypotheek op de initiatieven van de inspectiediensten voor een efficiëntere handhaving.’

Geen effect

De sociale-inspectiediensten opteren voor regularisaties als handhavingsinstrument omdat ze daarmee relatief gemakkelijk concrete resultaten boeken vergeleken met het voorbereiden van een gerechtelijk dossier waarvan de afloop onzeker is. ‘Van louter regulariseren gaat echter weinig of geen ontradend effect uit. Bestraffing via onmiddellijke inningen, minnelijke schikkingen en administratieve boetes is meer geschikt voor punctuele inbreuken dan voor fraude. De inspectiediensten zijn van oordeel dat het sanctioneringsapparaat niet is afgestemd op georganiseerde fraude omdat het een onvoldoende ontradend effect zou hebben.’ (Bron: Rekenhof)

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief