‘Afgeven huisvuil binnenvaart moet gratis zijn, systeem niet’

970

ROTTERDAM – Het huisvuil in de binnenvaart moet gratis kunnen worden afgegeven, maar het systeem hoeft uiteindelijk niet gratis te zijn. Dat is een van de conclusies van de Legal Opinion uitgevoerd door Crowd Advocten in opdracht van Vrouwen in de binnenvaart in actie (Vibia). Wel draagt het CDNI-verdrag draagt Verdragsluitende Staten op om een behoorlijk netwerk van inzamelvoorzieningen te garanderen.

Binnenvaartvrouwen zoeken geld voor onderzoek ‘afvaladvocaat’‘Dat geldt voor alle soorten van de in het Verdrag genoemde afvalstoffen, dus ook voor huisvuil, en dat geldt ook voor alle logische plaatsen voor het aanbieden van deze afvalstoffen:  bij havens, ligplaatsen, overslaginstallaties en sluizen moet  toegang worden geboden tot de afgifte van huisvuil. Ter zake van huisvuil is het verboden om aparte heffingen in rekening te brengen aan hen die huisvuil aldaar willen aanbieden.

Met andere woorden: het Verdrag verplicht  tot het realiseren van een genoegzaam inzamelstelsel  waarbij gratis afgifte van huisvuil  bij havens, ligplaatsen, overslaginstallaties en sluizen  is gewaarborgd

Systeem niet gratis

Dit neemt volgens advocaat Hörchner niet weg dat van ‘de binnenvaart als geheel’ door de Verdragsluitende Staten in bepaalde mate mag worden gevraagd bij te dragen aan de algemene kosten van het systeem van inzameling en verwijdering van huisvuil. Huisvuil moet dus gratis kunnen worden afgegeven, maar het systeem hoeft uiteindelijk niet gratis te zijn.

‘In 1998 heeft de Nederlandse wetgever het CDNI-verdrag goedgekeurd en in 2000 is het geïmplementeerd in het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart, dat in 2011 in werking is getreden. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever heeft beoogd het Verdrag eenvoudigweg te implementeren. Daarbij is soms gekozen voor andere definities en wat betreft het inzamelstelsel is men te kort door de bocht gegaan door dit alleen voor olie- en vethoudende afvalstoffen voor te schrijven. Uit niets blijkt echter dat de wetgever alstoen nadrukkelijk heeft willen afwijken van de inhoud van het CDNI-verdrag.’

Per november 2013 heeft de Minister (Rijkswaterstaat) opeens besloten dat 70 van de 95 huisvuilcontainers op belangrijke plaatsen, zoals sluizen, moesten worden weggehaald. De overige huisvuilcontainers werden opeens afgesloten  en konden voortaan alleen nog met een chipkaart worden geopend. Vanaf 1 juli 2014 geldt een abonnement van gemiddeld 300 euro waarbij het afgegeven huisvuil ook nog eens wordt gewogen. Indien meer wordt afgegeven, wordt ook meer in rekening gebracht. Op grond van de woorden van de Minister gaat het in totaal om een kostenpost van ongeveer 150.000 tot 180.000 euro die men op de binnenvaart middels een abonnement op tenminste 300 – 600 binnenvaartschippers wil verhalen.  En dat is raar: er zijn immers 6.000 Nederlandse binnenvaartschippers.

Uit deze Legal Opinion blijkt dat de Minister met het afsluiten van huisvuilcontainers zonder meer in strijd met het CDNI-verdrag handelt, dat gratis afgifte van huisvuil én een behoorlijke netwerk van voorzieningen bij havens, sluizen, overslaginstallaties en ligplaatsen voorschrijft. Zij handelt hiermee niet alleen onrechtmatig jegens de Nederlandse binnenvaart, maar evenzeer jegens de schippers uit de andere Verdragsluitende Staten.

VIBIA verlengt handtekeningenactie tegen abonnement huisvuil binnenvaartSnijdt geen hout

Het enkele feit – dat door de Minister is aangevoerd – dat in havens de gratis afgifte van huisvuil nog mogelijk zou zijn, snijdt geen hout. Ten eerste blijkt dat dit in de haven van Amsterdam al niet meer mogelijk is. Ten tweede miskent de Minister dat een belangrijk deel van de binnenvaart niet in dergelijke havens komt. Zij zijn afhankelijk van de voorzieningen bij ligplaatsen, sluizen en overslaginstallaties. En die zijn zojuist ofwel weggehaald ofwel voorzien van een chip-slot.

Indien de Minister een deel van voornoemde kosten van het huisvuil-systeem wil verhalen op de binnenvaart, staat het CDNI-verdrag daaraan niet in de weg.  Het moet dan wel gaan om een bijdrage die is geïncorporeerd in een breder systeem dat voldoet aan de eisen van proportionaliteit. De enige juiste manier om dit te regelen, lijkt te zijn middels een aanpassing van de Binnenvaartwet of een AMvB (i.c. het Scheepsafvalstoffenbesluit).  In die AMvB zou dan naar het oordeel van ondergetekende moeten zijn neergelegd dat de voornoemde kosten evenredig worden verhaald op de 6.000 Nederlandse binnenvaartschippers . In casu zou dat neerkomen op € 30,00 per schip.

Disproportioneel

‘Het fysiek/feitelijk dwingen om een ‘vrijwillig’ abonnement af te nemen, middels het afsluiten van huisvuilcontainers, met als doel de kosten van het systeem te dekken met de eerste 300 – 600 binnenvaart-abonnementen, is naar mijn oordeel zonder meer disproportioneel. Gezien het feit dat RWS/SAB reeds beschikte over een inzamelnetwerk van 95 containers, kan het sluiten ervan bovendien worden gezien als détournement de pouvoir. Bovendien kan de aanpak worden gezien als slechte regelgeving  nu er geen goede sluitende, algemene aanpak voor de gehele Nederlandse binnenvaarbranche is geregeld middels een algemeen verbindend voorschrift. Voor zover de wetgever met het Scheepsafvalstoffenbesluit zou hebben willen afwijken van het CDNI-verdrag (ofwel onvoldoende de gratis afgifte van huisvuil heeft gerealiseerd), is naar mijn oordeel bovendien sprake van onrechtmatige wetgeving.’

De stelling van de Minister dat het binnenvaartschippers vrij staat om afval af te geven aan andere inzamelaars, treft in dit geval geen doel, gelet op de bijzondere aard van de binnenvaart. Zo is het –in tegenstelling tot het reguliere MKB waarmee de kwestie door de Minister wel wordt vergeleken- bij gebrek aan een perceel niet mogelijk om zelf een afvalcontainer te plaatsen die door de inzamelaar vervolgens via een route wordt ingezameld. In dit geval moet er sprake zijn van een fysieke overdracht van de binnenvaartschipper aan de inzamelaar, hetgeen gelet op de vaar- en rijschema’s van beide partijen zo goed als onmogelijk is. En evenmin kan van binnenvaartschippers worden verlangd om hele reeksen aan afvalcontainers bij ligplaatsen, sluizen enz. neer te zetten.

Hoe verder?

De Minister heeft gerapporteerd dat er op 5 maart 2015 (dwz vijftien maanden na het sluiten en verwijderen van afvalbakken) 397 abonnementen zijn afgesloten. Uit het magere aantal van 397 op 6.000 Nederlandse binnenvaartschippers, mag worden geconcludeerd dat dit systeem niet werkbaar en niet eerlijk is. Bovendien is er geen sprake van een uniform systeem, met o.a. tot gevolg dat Belgen en Duitsers in Nederland geen huisvuil kunnen afgeven, terwijl dit evident wel als zodanig is voorgeschreven. Er liggen nu vier wegen open:

1. Kort geding of bodemprocedure
De zaak zou kunnen worden voorgelegd aan de Nederlandse rechter. Dit kan een belangenvereniging doen, maar ook afzonderlijke schippers zouden de zaak aanhangig kunnen maken. Daar waar de Nederlandse regelgeving niet in overeenstemming is met het CDNI-verdrag, zal de belangrijkste vraag voor de rechter zijn of de bepalingen uit het CDNI-verdrag als rechtstreeks toepasbaar/verbindend kunnen worden aangemerkt. Dat is echter niet evident.

2. Aanpassing van de Binnenvaartwet of het Scheepsafvalstoffenbesluit
In 1998 overwoog de wetgever:”In het verlengde daarvan zal worden bezien of wettelijke bepalingen nodig zijn om zeker te stellen dat voor de inzameling en verdere verwijdering van huisvuil in havens geen afzonderlijke heffing wordt opgelegd.” Tot heden zijn deze wettelijke bepalingen niet ingevoerd en is de Minister per 1 november 2013 nu juist begonnen met een afzonderlijke heffing voor huisvuil die door het CDNI-verdrag is verboden. Sterker, inmiddels moeten schippers zelfs per zak betalen, die afzonderlijk wordt gewogen. Alles overziend ben ik van oordeel dat –indien de Minister dit niet bij AMvB wil doen- de Tweede Kamer de taak heeft de in 1998 gelaten leemte te dichten. Dat kan middels toevoeging van een eenvoudige wettelijke bepaling in de Binnenvaartwet, waarmee de systematiek van het CDNI-verdag wordt geïncorporeerd in het Nederlandse recht, overeenkomstig hetgeen in Hoofdstuk 4a van deze wet al is gebeurd ter zake van olie- en vethoudende afvalstoffen. Een dergelijke bepaling zal tenminste moeten luiden dat afvalbakken gratis toegankelijk dienen te zijn en huisvuil geen grondslag mag vormen voor een afzonderlijke heffing. Nog duidelijker zou zijn om daaraan toe te voegen dat de door de Minister begrote kosten (€ 150.000,00 – € 180.000,00) alleen mogen worden verhaald middels een algemene binnenvaart-afvalstoffenheffing, welke wordt verhaald op alle 6.000 binnenvaartschippers.

3. Overleg met de Belastingdienst.
Voorts is denkbaar om van de zijde van de Belastingdienst duidelijkheid te verkrijgen omtrent (de mate van) aftrekbaarheid van de kosten die aan deze overige scheepsbedrijfsafvalstoffen zijn verbonden. Naar ik begrijp hebben afzonderlijke schippers wel eens om uitleg gevraagd, maar is er nog geen sprake geweest van een doorwrochte stellingname en/of gesprek met de inspecteur.

4. Conferentie CDNI
Ten slotte is van belang dat de onderhavige kwestie aan de orde wordt gesteld tijdens de eerstvolgende conferentie van de Verdragsluitende CDNI-Staten. Daarbij zal moeten worden benadrukt dat Nederland artikel 7 van het Verdrag indertijd niet heeft geïmplementeerd en dat er thans een systeem is ontwikkeld dat haaks staat op de inhoud van artikel 7. Vervolgens is het aan de Verdragsluitende Staten om Nederland daarop aan te spreken.

Reageren op dit bericht kan onderaan deze pagina
Volg ons ook op Twitter of neem een abonnement op de nieuwsbrief